Stampin' Up Workshop met Linda

Voor goed betaalbare workshops, kinderfeestjes in Swalmen en omstreken
en bestellingen van Stampin'Up
bent u hier aan het juiste adres.

Mail voor informatie:
l.opdencamp24@gmail.com

facebook: Stampin' by Linda

vrijdag 23 november 2012

De Speeltuin deel 7


Wat er al eerder gebeurde:
De Speeltuin deel 3
De Speeltuin deel 4
De Speeltuin deel 5
De Speeltuin deel 6

Dan pas kijkt Vincent om zich heen. Waar is hij eigenlijk? Ineens weet hij dat hij haast heeft en rent er 
vandoor. Hij rent zo hard hij kan richting de weg, maar halverwege merkt hij dat dat niet slim is. Misschien moet hij niet wegrennen, misschien moet hij zich juist nu hier verstoppen in de struiken. Wachten totdat de mannen verdwenen zijn en dan op weg gaan. Zo snel als hij kan gaat hij terug richting de struiken dichtbij het gebouw dat meer op een fabriek dan een speeltuin lijkt. Hij duikt in de struiken en verschuilt zich. Zijn adem stokt in zijn keel. Hij merkt dat dit alles toch wel veel met hem doet. De paniek begint de overhand de nemen op zijn overlevingsdrift. Hij moet de controle blijven houden, hoe moeilijk ook. Hoe lang hij moet wachten weet hij  niet, maar ineens hoort hij voetstappen over het grind. Hij houdt zijn adem in. Zou hij de mannen kunnen zien? Zou hij zijn opa zien? Kan hij zijn opa nog wel vertrouwen?

*

Na de lange douche droogde Elise zich af. Ze wreef de handdoek hard over haar lichaam. Alle viezigheid probeerde ze weg te wrijven. Alle zorgen van zich af te halen. Het lukte niet. Tranen liepen over haar wangen. Tranen van verdriet, tranen van vroeger. Wat moest ze nu? Langzaam liep ze de trap af naar beneden. Alex zat op de bank met een kop koffie. Net zoals een normale zaterdagochtend. Dat kon haar nu kwaad maken, maar ze probeerde haar boosheid te bedwingen. Wat moest hij anders doen? Hetzelfde als haar? Hulpeloos van verdriet ronddwalen door de stad? Had ze er iets aan gehad?

Ze kroop naast Alex op de bank, dicht tegen hem aan. Hij sloeg zijn arm om haar heen.

“Wil je ook een kop koffie? Zal ik een broodje voor je smeren”

Hij wachtte het antwoord niet af en liep naar de keuken. Even later kwam hij terug. Hij zette het dienblad voor Elise neer. Ze merkte dat ze honger had en nam een hap van het vers gebakken broodje.

“Heerlijk, dank je schat.”

“De politie doet er alles aan om Vincent op te sporen. Ze hebben wat kleren van hem meegenomen om met politiehonden te zoeken. Ze zullen hem nu wel snel vinden. De hele omgeving wordt uitgekamd."

*

Vincent ziet zijn opa lopen. Instinctief wil hij opspringen en zijn opa een dikke knuffel geven. Iets in hem zegt hem dat hij het niet moet doen. Hij blijft verstopt in de struiken zitten en wacht op wat er gaat komen. Ineens stoppen de voetstappen en is het muisstil. Vincent houdt zijn adem in. Zouden ze hem zien? Dan hoort hij de portieren van de auto en stappen er twee mensen in. De auto wordt gestart en de auto rijdt er als een speer vandoor. Opgelucht haalt Vincent adem. Ze zijn weg. Maar nu? Heel langzaam staat hij op. Hij loopt het grindpad af richting de weg. Hij gaat zo dicht mogelijk bij de bomen lopen om zich te kunnen verschuilen als het nodig is. Vincent loopt zo snel als hij kan. Zijn knie doet pijn. De schaafwond is dieper dan hij dacht. Zijn bebloede kleren zullen een voorbijganger wel opvallen, maar daaraan denkt Vincent niet eens. In de verte ziet hij een auto aankomen, wat moet hij doen? Snel gaat hij achter een boom staan en wacht totdat de auto hem gepasseerd heeft.

*

“Mam, wanneer gaan we nu?” Lonneke was onrustig. Ze wilde zo snel mogelijk naar het ziekenhuis om meer te weten te komen.

Eenmaal in de auto op weg werd ze heel stil. Allerlei vragen spookten door haar hoofd. Zouden ze weten wie haar ouders zijn? Zouden ze het mogen zeggen? Zou haar vader aardig zijn? En haar moeder? Wat moest ze doen als ze ze kon ontmoeten? Lonneke tuurt onrustig naar buiten. Ze ziet het vale grijze fabrieksgebouw. Deze weg kent ze als geen ander. Langs deze weg fietste ze steeds naar de bibliotheek. Liep daarachter iemand? Lonneke dacht dat ze iemand zag, maar ineens was die persoon weg. Lonneke keek weer opzij uit het raam en zag een jongetje nog net achter een boom springen.

“Mam, stop!”

Lonneke wist niet waarom ze het riep. Ze wilde dolgraag al haar vragen stellen aan het ziekenhuispersoneel. Haar moeder keek haar vreemd aan, nam gas terug en stopte langs de kant.

“Wat is er? Durf je niet meer?”

Lonneke zei niets en stapte uit. Ze liep terug naar de boom waar ze het jongetje zag staan. Hij keek haar angstig aan, wist niet of hij weg moest rennen of niet. Hij bewoog zich niet.

“Heb je pijn?” vroeg Lonneke “Kan ik je misschien helpen?”

Heel voorzichtig kwam ze steeds dichterbij, totdat ze bij de jongen was.

“Je broek is kapot.”

“Hoe heet je?”

De jongen zei niets.

Lonneke’s moeder was inmiddels ook uitgestapt en achter haar dochter aangelopen. Ze zag de jongen verschrikt naar haar opkijken. Lonneke stak haar hand uit om hem uit te nodigen mee te komen. Aarzelend kwam hij achter de boom vandaag en zette een stap naar voren. Hij leek opgelucht, maar hij zei nog steeds niks. Heel rustig liep hij mee naar de auto en ging op de achterbank zitten. Hij zei nog altijd niks. Lonneke en haar moeder stapten ook in en ze reden weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen