Stampin' Up Workshop met Linda

Voor goed betaalbare workshops, kinderfeestjes in Swalmen en omstreken
en bestellingen van Stampin'Up
bent u hier aan het juiste adres.

Mail voor informatie:
l.opdencamp24@gmail.com

facebook: Stampin' by Linda

vrijdag 9 november 2012

De Speeltuin deel 5


Wat er al eerder gebeurde:
De Speeltuin deel 3
De Speeltuin deel 4


Moe werd Lonneke wakker. Het was al laat toen ze uiteindelijk op stond. Eerst maar eens rustig ontbijten. Beneden zag ze haar ouders al aan de ontbijttafel zitten, verse broodjes en jus d’orange. De geur kwam haar tegemoet.

“Mam” begon Lonneke aarzelend. “Ik heb iets gevonden.”

“Een foto. Volgens mij van mijzelf en mijn biologische moeder. Zou jij eens willen kijken?”
Anna pakte de foto aan en keek er lang naar. Lonneke zat te wippen op haar stoel, zo onrustig is ze. 

“En?” vroeg ze.

Haar moeder zei niets, stond op en liep de trap op naar boven. Lonneke keek haar vader aan. Wat moest ze hier nu mee? Ze had haar moeder nu toch geen verdriet gedaan? Ze hadden haar toch altijd gezegd te gaan zoeken en haar hiermee te willen helpen? Misschien had ze wat tactischer kunnen zijn en het niet ’s morgens bij de ontbijttafel meteen aan haar moeten vragen. Lonneke’s vader haalde zijn schouders op. Ondertussen kwam Anna weer naar beneden, met een stapel fotoboeken bij zich. Ze had de foto’s van vroeger opgezocht. Foto’s van Lonneke als een klein meisje. Vergelijkbaar met de foto die Lonneke gevonden had. Samen met haar moeder ging Lonneke op de bank zitten, de stapel fotoboeken erbij. Ze bekeken foto voor foto. Herinneringen van vroeger werden opgehaald. 

Uiteindelijk kwamen ze bij het album van Lonneke als baby, als klein hulpeloos meisje in de armen van haar adoptieouders. Je kon zien dat ze dolgelukkig met haar waren.
Lonneke pakte de foto van het artikel erbij. Ze bekeek de baby op de foto eens goed, en ook de babyfoto’s van haarzelf in het album.

“Kijk!” zei haar moeder. “Zie je die moedervlek bij je oor? Die heb je nu nog steeds. Die zie je ook op de foto van het krantenartikel. Ik denk dat je gelijk hebt. Ik denk dat jij dit bent met je echte moeder. Maar wie je moeder is, wist je toch al? Je was toch op zoek naar je vader?”

“Ik kom niet echt verder. Ik hoopte foto’s te vinden van mijn moeder met mijn vader. Ik weet niet waarom ik dacht die te kunnen vinden. Ik heb ze ook niet gevonden. Alleen deze foto. Wellicht weten ze in het ziekenhuis meer over mijn vader. Zou dat kunnen?”

“Tja, dan moet je daar maar eens naar toe gaan. Wil je dat ik met je meega? “

“Zou je dat voor me doen?”

“Natuurlijk liefje, je bent mijn dochter, voor jou doe ik toch alles!”

Lonneke was opgelucht. Vanmiddag zou ze met haar moeder naar het ziekenhuis rijden en kijken of ze informatie konden krijgen. Ze vond het allemaal erg spannend. Gedurende de rest van het ontbijt kreeg ze geen hap door haar keel.

*

Elise zat achter een kop koffie in de stationsrestauratie. Ze had nog lang moeten wachten voordat hij openging, maar was daarna als eerste klant achter een tafeltje gaan zitten. Wat moest ze doen?  Waar kon ze Vincent vinden? Wie zat erachter?

Elise zag steeds meer mensen het station in en uit komen. Mensen die zich naar de trein haasten, mensen die bepakt en bezakt vanaf de trap naar boven kwamen lopen. Moeders met dochters, mannen met aktetassen, stelletjes, een stel opgeschoten jongens die duidelijk de nacht doorgefeest hadden.
Na een paar koppen stond Elise op. Ze had geen idee wat ze moest doen. Ze wilde Alex niet langer ongerust maken, pakte een taxi en liet zich naar huis rijden.

*

Vincent houdt zijn adem in. Voetstappen kon hij niet horen, er lag immers alleen maar zand. Hij schrikt. Zijn voetstappen zijn natuurlijk wel te zien. Er is vast te zien hoe hij bij de schommel vandaan is gekropen en daarna naar de muur is gelopen. Voetstappen die stoppen bij de deur waar hij achter zit. Hij weet niet wat hij moet doen. Hij zit verstijfd van schrik en probeert geen geluid te maken.

“Aarrgghh” hoort hij roepen. Iemand gilt. Iets valt met een plof in het zand.

“Hij is weg! Hoe kan dat nou? Waar is hij naar toe?” De stem van de voor Vincent onbekende man slaat over.

Niet veel later hoort Vincent een deur hard dichtslaan. Is die man vertrokken? Is hij weggegaan zonder hem te zoeken? Zou hij opa gaan halen? Vincent weet dat hij weinig tijd heeft, weinig kans ook om te ontsnappen. Heel voorzichtig staat hij op en knipt het licht aan. Zijn ogen moeten wennen aan het felle licht en het duurt even voordat hij kan zien waar hij is. Het is een soort kantoortje. Een bureau, een kast vol met ordners, een computer. Geen raam, geen vluchtmogelijkheid. Vincent weet niet wat hij moet doen. Hij is pas 10 jaar en weliswaar niet dom voor zijn leeftijd, maar hij raakt langzaam in paniek. 

“Een sleutel… ik moet een sleutel hebben” fluistert Vincent. Snel trekt hij een voor een alle laatjes van het bureau open in de hoop een sleutel te vinden, een sleutel waarmee hij kan vluchten. In de laatste la vindt hij iets. Een flinke bos sleutels, waarvan er vast een op een deur naar buiten zou moeten passen. Hoeveel tijd zou hij hebben? Zou het hem lukken?

1 opmerking: