Stampin' Up Workshop met Linda

Voor goed betaalbare workshops, kinderfeestjes in Swalmen en omstreken
en bestellingen van Stampin'Up
bent u hier aan het juiste adres.

Mail voor informatie:
l.opdencamp24@gmail.com

facebook: Stampin' by Linda

donderdag 29 november 2012

De Speeltuin deel 8

Vincent zit stil in de auto. Hij zegt niets, weet niet wat hij moet zeggen. Hij weet niet of het slim is dat hij is ingestapt. Wie zijn deze mensen? Waar gaan ze naar toe? Ze stellen hem gelukkig geen vragen. Proberen hem niet op zijn gemak te stellen of te betuttelen. De rit duurt lang voor zijn gevoel. Hij haalt het boek uit zijn hemd en kijkt erin. Hij wordt misselijk. Hij is altijd snel ziek in de auto, zeker als hij niet gegeten heeft. Hij heeft al lang niets meer gegeten. Welke dag is het vandaag? Vincent is zijn gevoel voor tijd kwijt. Dat frustreert hem. Hij wordt er onzeker door. Hij heeft houvast aan zijn planning en zijn gestructureerde dag. De structuur is hij helemaal kwijt. Hij raakt lichtelijk in paniek. Zijn ademhaling gaat steeds sneller en hij gaat bijna hyperventileren.
Het meisje draait zich om. “Gaat het een beetje?” vraagt ze.
Vincent knikt. “beetje misselijk” fluistert hij.
Hij durft niet hardop te praten. Een hele tijd heeft hij niet gesproken, nu kan het weer, maar mag het ook?
“Moeten we stoppen?” de mevrouw achter het stuur, parkeert de auto langs de weg. Ze draait zich om en kijkt hem vragend aan.
 “Oh stom dat ik daar niet eerder aan hem gedacht. Heb je honger? Wil je iets eten? Iets drinken misschien? Heb je het koud?”
Vincent duikt in elkaar. Daar begint het betuttel denkt hij. Had hij maar niet gezegd dat hij misselijk is. Het meisje reikt hem een ligakoek aan. Ondanks de misselijkheid heeft hij honger en dankbaar pakt hij de koek toch aan en neemt gretig een hap.
“Hoe heet je?” wil het meisje weten.
Vincent geeft geen antwoord maar eet rustig door. De vrouw start de auto weer en ze gaan verder, waar naartoe weet hij  niet. De politie? Wat zou hij moeten zeggen? Dat hij zijn opa heeft gezien? Hij kan zijn opa toch niet verraden? Zijn lievelingsopa.
“Ik wil niet naar de politie” zegt Vincent.
“Waarom denk je dat we naar de politie gaan? Wat is er dan gebeurd?” De vrouw kijkt hem vanuit de achteruitkijkspiegel met een bezorgde blik aan.
“We rijden naar het ziekenhuis. Lonneke moet daar toevallig naar toe en dan kan een dokter naar je wonden kijken” Vincent wil er eigenlijk tegenin gaan, maar durft niet. Hij moet gewoon maar afwachten.
*
Elise was een beetje opgeknapt na het eten van een laat ontbijt. Ze liep naar de keuken voor een tweede kop koffie.
“Jij ook? “ riep ze naar Alex die nog in de kamer zat.
“Schat… ik ehh… ik moet naar het werk. Ze hebben me hard nodig op de werkplaats en ik kan niet al mijn vakantiedagen gaan oppakken nu.”
Elise keek Alex verschrikt aan.
“Hoe kun je nu…  moet je echt… ik snap het niet. Je kunt toch niet gewoon gaan werken en mij hier alleen laten nu Vincent weg is.”
“Ik kan niet anders. We kunnen nu ook weinig doen. De politie is op zoek. Wanneer hij weer thuis is, pak ik een paar dagen vrij. Dan heb je veel meer aan me dan nu. “
Elise haalde haar schouders op. Het moest ook maar.
Alex stond op, gaf Elise een kus op haar voorhoofd, trok zijn jas aan en vertrok. Elise bleef alleen achter in de keuken. Een kop koffie in de hand. De tranen liepen bij Elise over de wangen. Ze goot de koffie door de gootsteen en ging naar boven. Op zolder zocht ze naar een doos. Waar had ze dat ding nou gelaten? Ze haalde verschillende kisten leeg, gooide de lege koffers en tassen aan de kant. Ze bekeek de rommel die ze van de zolder had gemaakt. De doos had ze nog altijd niet gevonden. Ze dook nog verder onder het schuine dak de hoek in. Op het moment dat ze hem zag staan, ging de telefoon. Ze schrok zo dat ze haar hoofd tegen het dak stootte en vloekend rende ze naar beneden. In de hoop dat het de politie was die Vincent had gevonden, pakte ze de telefoon op.
Struikelend belandde Elise bij de telefoon. Snel pakte ze op net voordat de voicemail zou aanspringen.
“Het wordt tijd dat we het verleden oprakelen Elise. De waarheid moet echt eens aan het licht komen. Ik kom zo bij je langs.”
Elise wist niet wat ze hoorde. Na deze drie zinnen werd de verbinding meteen verbroken en dat terwijl ze het er helemaal mee eens was. Ze was er zelfs al mee bezig. Vincent moest de waarheid weten. Had zijn vader hem ontvoerd? Was hij het zelf geweest? Waarom via deze weg, waarom niet gewoon aanbellen, praten en uitleggen?
Elise plofte zich neer op de bank. Ze wist niet meer wat ze moest doen. In ieder geval moest ze de doos van de zolder halen. Ze moest Alex de waarheid vertellen en ook de politie moest het weten. Eerst moest ze bedenken hoe en wanneer ze het ging vertellen.
*
In ziekenhuis aangekomen kijkt Vincent zenuwachtig rond. Wat zullen de mensen denken? Dat hij met zijn moeder en zus in het ziekenhuis is? Op de eerste hulp worden ze snel geholpen.
“Ben je gevallen?” vraagt de verpleegkundige. Vincent knikt, gelukkig wordt er niet doorgevraagd.
Zijn wonden vallen mee en worden verzorgd. Vincent heeft er nauwelijks last van en al snel wandelen ze naar een andere afdeling. De afdeling waar het meisje iets wil vragen. Hij heeft voorgesteld alvast naar huis te gaan, maar de mevrouw houdt hem goed in de gaten en staat er op om hem zelf thuis af te zetten, zodat er niet nog een keer iets gebeurt. Alsof hij vandaag opnieuw ontvoerd zal worden. Maar dat weet de mevrouw niet. Ook zij stelt gelukkig ook geen vragen.

vrijdag 23 november 2012

De Speeltuin deel 7


Wat er al eerder gebeurde:
De Speeltuin deel 3
De Speeltuin deel 4
De Speeltuin deel 5
De Speeltuin deel 6

Dan pas kijkt Vincent om zich heen. Waar is hij eigenlijk? Ineens weet hij dat hij haast heeft en rent er 
vandoor. Hij rent zo hard hij kan richting de weg, maar halverwege merkt hij dat dat niet slim is. Misschien moet hij niet wegrennen, misschien moet hij zich juist nu hier verstoppen in de struiken. Wachten totdat de mannen verdwenen zijn en dan op weg gaan. Zo snel als hij kan gaat hij terug richting de struiken dichtbij het gebouw dat meer op een fabriek dan een speeltuin lijkt. Hij duikt in de struiken en verschuilt zich. Zijn adem stokt in zijn keel. Hij merkt dat dit alles toch wel veel met hem doet. De paniek begint de overhand de nemen op zijn overlevingsdrift. Hij moet de controle blijven houden, hoe moeilijk ook. Hoe lang hij moet wachten weet hij  niet, maar ineens hoort hij voetstappen over het grind. Hij houdt zijn adem in. Zou hij de mannen kunnen zien? Zou hij zijn opa zien? Kan hij zijn opa nog wel vertrouwen?

*

Na de lange douche droogde Elise zich af. Ze wreef de handdoek hard over haar lichaam. Alle viezigheid probeerde ze weg te wrijven. Alle zorgen van zich af te halen. Het lukte niet. Tranen liepen over haar wangen. Tranen van verdriet, tranen van vroeger. Wat moest ze nu? Langzaam liep ze de trap af naar beneden. Alex zat op de bank met een kop koffie. Net zoals een normale zaterdagochtend. Dat kon haar nu kwaad maken, maar ze probeerde haar boosheid te bedwingen. Wat moest hij anders doen? Hetzelfde als haar? Hulpeloos van verdriet ronddwalen door de stad? Had ze er iets aan gehad?

Ze kroop naast Alex op de bank, dicht tegen hem aan. Hij sloeg zijn arm om haar heen.

“Wil je ook een kop koffie? Zal ik een broodje voor je smeren”

Hij wachtte het antwoord niet af en liep naar de keuken. Even later kwam hij terug. Hij zette het dienblad voor Elise neer. Ze merkte dat ze honger had en nam een hap van het vers gebakken broodje.

“Heerlijk, dank je schat.”

“De politie doet er alles aan om Vincent op te sporen. Ze hebben wat kleren van hem meegenomen om met politiehonden te zoeken. Ze zullen hem nu wel snel vinden. De hele omgeving wordt uitgekamd."

*

Vincent ziet zijn opa lopen. Instinctief wil hij opspringen en zijn opa een dikke knuffel geven. Iets in hem zegt hem dat hij het niet moet doen. Hij blijft verstopt in de struiken zitten en wacht op wat er gaat komen. Ineens stoppen de voetstappen en is het muisstil. Vincent houdt zijn adem in. Zouden ze hem zien? Dan hoort hij de portieren van de auto en stappen er twee mensen in. De auto wordt gestart en de auto rijdt er als een speer vandoor. Opgelucht haalt Vincent adem. Ze zijn weg. Maar nu? Heel langzaam staat hij op. Hij loopt het grindpad af richting de weg. Hij gaat zo dicht mogelijk bij de bomen lopen om zich te kunnen verschuilen als het nodig is. Vincent loopt zo snel als hij kan. Zijn knie doet pijn. De schaafwond is dieper dan hij dacht. Zijn bebloede kleren zullen een voorbijganger wel opvallen, maar daaraan denkt Vincent niet eens. In de verte ziet hij een auto aankomen, wat moet hij doen? Snel gaat hij achter een boom staan en wacht totdat de auto hem gepasseerd heeft.

*

“Mam, wanneer gaan we nu?” Lonneke was onrustig. Ze wilde zo snel mogelijk naar het ziekenhuis om meer te weten te komen.

Eenmaal in de auto op weg werd ze heel stil. Allerlei vragen spookten door haar hoofd. Zouden ze weten wie haar ouders zijn? Zouden ze het mogen zeggen? Zou haar vader aardig zijn? En haar moeder? Wat moest ze doen als ze ze kon ontmoeten? Lonneke tuurt onrustig naar buiten. Ze ziet het vale grijze fabrieksgebouw. Deze weg kent ze als geen ander. Langs deze weg fietste ze steeds naar de bibliotheek. Liep daarachter iemand? Lonneke dacht dat ze iemand zag, maar ineens was die persoon weg. Lonneke keek weer opzij uit het raam en zag een jongetje nog net achter een boom springen.

“Mam, stop!”

Lonneke wist niet waarom ze het riep. Ze wilde dolgraag al haar vragen stellen aan het ziekenhuispersoneel. Haar moeder keek haar vreemd aan, nam gas terug en stopte langs de kant.

“Wat is er? Durf je niet meer?”

Lonneke zei niets en stapte uit. Ze liep terug naar de boom waar ze het jongetje zag staan. Hij keek haar angstig aan, wist niet of hij weg moest rennen of niet. Hij bewoog zich niet.

“Heb je pijn?” vroeg Lonneke “Kan ik je misschien helpen?”

Heel voorzichtig kwam ze steeds dichterbij, totdat ze bij de jongen was.

“Je broek is kapot.”

“Hoe heet je?”

De jongen zei niets.

Lonneke’s moeder was inmiddels ook uitgestapt en achter haar dochter aangelopen. Ze zag de jongen verschrikt naar haar opkijken. Lonneke stak haar hand uit om hem uit te nodigen mee te komen. Aarzelend kwam hij achter de boom vandaag en zette een stap naar voren. Hij leek opgelucht, maar hij zei nog steeds niks. Heel rustig liep hij mee naar de auto en ging op de achterbank zitten. Hij zei nog altijd niks. Lonneke en haar moeder stapten ook in en ze reden weg.

vrijdag 16 november 2012

De Speeltuin deel 6


Wat er al eerder gebeurde:
De Speeltuin deel 3
De Speeltuin deel 4
De Speeltuin deel 5



Elise kwam na een korte rit thuis aan. Alex opende de deur en sloot haar in zijn armen. Samen stonden ze huilend op de deurmat. Het was inmiddels begonnen met regenen alsof ook de natuur wilde duidelijk maken dat ze verdriet mochten hebben.

Alex vertelde dat hij nog contact had gehad met de politie. Zij waren helaas nog niets op het spoor, maar hadden nog meer mensen erop gezet op zoek naar Vincent. Vooral omdat Vincent snel last had van plotselinge veranderingen. Vincent was autistisch en kon snel van slag zijn. Aan de andere kant was zijn autisme wellicht een voordeel bij het vinden van de dader. Tenminste…wanneer ze hem vonden. Vincent had een goed geheugen en overzag vele details die hij heel nauwkeurig kon weergeven. Hij had geleerd met zijn autisme om te gaan en zijn paniekaanvallen door middel van ademhalingsoefeningen te stoppen. Vincent was slim genoeg om goed om zich heen te kijken, alles in zich op te nemen en zoveel mogelijk te proberen te overleven.

Elise maakte zich los uit de omhelzing en keek Alex aan. “Geloof jij nog dat we hem ooit terugzien?”
Alex, die zijn twijfel niet liet zien, antwoordde: “Ja natuurlijk, en dat kan nooit lang meer duren.”

Elise liep naar de gang en schopte haar schoenen uit. Nadat ze haar jas had opgehangen liep ze naar boven. Ze had behoefte aan een warme douche. Op de badkamer keek ze in de spiegel. Ze zag er niet uit. Haar haren door de war en haar kleren hingen slap om haar heen. Ze bedacht zich dat ze zich al niet meer had gewassen sinds ze had gehoord dat Vincent weg was. Ineens voelde ze zich vies en plakkerig. Een gevoel dat ze herkende. Een onprettig gevoel. Ze schudde haar hoofd en kleedde zich uit, zette de douche aan en ging onder de warme straal staan. Ze probeerde haar herinneringen te verdringen. Dit kon ze er niet ook nog bij hebben.

Alex was beneden gebleven. Hij wist niet precies hoe hij zijn vrouw het beste kon steunen. Wat moest hij doen? En wat juist niet? Voor hem voelde de verdwijning van Vincent niet zoals het voor Elise voelde.

*

Vincent maakt heel voorzichtig de deur van het kantoortje open. Hij stapt in het zand en kijkt voorzichtig om de deur. Hij moet weer even wennen aan de duisternis, maar ziet niemand. Verderop ligt een stapeltje boeken in het zand. Kinderboeken, zouden die voor hem zijn? Vincent zet een aantal stappen in het zand, luistert goed naar eventuele geluiden maar hoort niets. Zo stil als hij kan loopt hij langs de muur. De muur voelt stoffig. Je hoort zijn voetstappen niet in het zand en toch is hij bang om geluid te maken. Stapje voor stapje komt hij dichter bij de deur. Ineens bedenkt Vincent zich dat hij de lamp in het kantoortje heeft aangelaten. Handig voor nu omdat hij een klein beetje kan zien, maar wellicht niet slim omdat zijn ontvoerders het ook kunnen zien. Wat moet hij doen? Teruggaan en de lamp uitdoen? Heeft hij daar tijd voor? Hij besluit het risico te nemen om het niet te doen en gaat door. Uiteindelijk bereikt hij een deur. De sleutelbos stevig omklemmend probeert hij de eerste sleutel. Deze werkt niet. De volgende dan. Ook deze krijgt hij niet omgedraaid. Langzaam raakt hij in paniek, maar gaat door. De derde, de vierde, de vijfde. Het lukt niet. Moet hij misschien een andere deur proberen? Uiteindelijk past geen enkele sleutel op deze deur, hij moet verder. Hij loopt verder langs de muur. De enige zekerheid die hij heeft. De muur. Het zal wel sneller zijn om de speeltuin over te steken, maar hij weet dan niet wat hij tegenkomt. Vincent houdt van duidelijkheid en kiest ervoor de lange weg langs de muur te nemen. Wel probeert hij wat sneller te lopen. Hij komt uit bij een hoek en gaat linksaf. Aangezien hij steeds verder van het licht afgaat, ziet hij steeds minder. Maar is hij ook meer beschermd door de duisternis om hem heen. Weer een hoek, weer verder naar links. Hij is nu aan de andere kant. Nog even en hij staat precies tegenover het kantoor. Dan ineens schrikt hij van zichzelf. Hij stoot met zijn hand tegen een deurstijl. Hij voelt de deur en vindt de klink. Opnieuw probeert hij de sleutels. Zijn handen zijn gaan trillen en hij moet moeite doen om de sleutelbos niet te laten vallen. Op het moment dat hij een sleutel in het slot steekt, hoort hij buiten een auto. De auto komt met piepende banden tot stilstand. Hij hoort twee mensen uitstappen en wegrennen. Wat moet hij doen? Lopen zij nu naar de andere deur? De deur die hij niet open kreeg? Hij probeert de sleutel om te draaien. Het lukt niet. Gauw pakt hij een volgende sleutel en draait. Het lukt. Hij heeft de juiste sleutel gevonden. Heel voorzichtig, maar toch ook snel, drukt hij de klink omlaag. De deur draait naar binnen open. De sleutels haalt hij van de deur en hij glipt naar buiten. Net op het juiste moment. Hij hoort nog net de andere deur opengaan op het moment dat hij de deur sluit en de sleutel omdraait. Hij is weg, weg uit de speeltuin. En nu? Waar moet hij heen? Hij moet zich verstoppen, maar waar? De mannen zullen wel eerst in het kantoor gaan kijken, maar dan? Daarna zullen ze weer naar de auto gaan. Hij kijkt naar de auto. Een oude donkerbruine Mercedes. Vincent neemt het kenteken in zich op.

vrijdag 9 november 2012

De Speeltuin deel 5


Wat er al eerder gebeurde:
De Speeltuin deel 3
De Speeltuin deel 4


Moe werd Lonneke wakker. Het was al laat toen ze uiteindelijk op stond. Eerst maar eens rustig ontbijten. Beneden zag ze haar ouders al aan de ontbijttafel zitten, verse broodjes en jus d’orange. De geur kwam haar tegemoet.

“Mam” begon Lonneke aarzelend. “Ik heb iets gevonden.”

“Een foto. Volgens mij van mijzelf en mijn biologische moeder. Zou jij eens willen kijken?”
Anna pakte de foto aan en keek er lang naar. Lonneke zat te wippen op haar stoel, zo onrustig is ze. 

“En?” vroeg ze.

Haar moeder zei niets, stond op en liep de trap op naar boven. Lonneke keek haar vader aan. Wat moest ze hier nu mee? Ze had haar moeder nu toch geen verdriet gedaan? Ze hadden haar toch altijd gezegd te gaan zoeken en haar hiermee te willen helpen? Misschien had ze wat tactischer kunnen zijn en het niet ’s morgens bij de ontbijttafel meteen aan haar moeten vragen. Lonneke’s vader haalde zijn schouders op. Ondertussen kwam Anna weer naar beneden, met een stapel fotoboeken bij zich. Ze had de foto’s van vroeger opgezocht. Foto’s van Lonneke als een klein meisje. Vergelijkbaar met de foto die Lonneke gevonden had. Samen met haar moeder ging Lonneke op de bank zitten, de stapel fotoboeken erbij. Ze bekeken foto voor foto. Herinneringen van vroeger werden opgehaald. 

Uiteindelijk kwamen ze bij het album van Lonneke als baby, als klein hulpeloos meisje in de armen van haar adoptieouders. Je kon zien dat ze dolgelukkig met haar waren.
Lonneke pakte de foto van het artikel erbij. Ze bekeek de baby op de foto eens goed, en ook de babyfoto’s van haarzelf in het album.

“Kijk!” zei haar moeder. “Zie je die moedervlek bij je oor? Die heb je nu nog steeds. Die zie je ook op de foto van het krantenartikel. Ik denk dat je gelijk hebt. Ik denk dat jij dit bent met je echte moeder. Maar wie je moeder is, wist je toch al? Je was toch op zoek naar je vader?”

“Ik kom niet echt verder. Ik hoopte foto’s te vinden van mijn moeder met mijn vader. Ik weet niet waarom ik dacht die te kunnen vinden. Ik heb ze ook niet gevonden. Alleen deze foto. Wellicht weten ze in het ziekenhuis meer over mijn vader. Zou dat kunnen?”

“Tja, dan moet je daar maar eens naar toe gaan. Wil je dat ik met je meega? “

“Zou je dat voor me doen?”

“Natuurlijk liefje, je bent mijn dochter, voor jou doe ik toch alles!”

Lonneke was opgelucht. Vanmiddag zou ze met haar moeder naar het ziekenhuis rijden en kijken of ze informatie konden krijgen. Ze vond het allemaal erg spannend. Gedurende de rest van het ontbijt kreeg ze geen hap door haar keel.

*

Elise zat achter een kop koffie in de stationsrestauratie. Ze had nog lang moeten wachten voordat hij openging, maar was daarna als eerste klant achter een tafeltje gaan zitten. Wat moest ze doen?  Waar kon ze Vincent vinden? Wie zat erachter?

Elise zag steeds meer mensen het station in en uit komen. Mensen die zich naar de trein haasten, mensen die bepakt en bezakt vanaf de trap naar boven kwamen lopen. Moeders met dochters, mannen met aktetassen, stelletjes, een stel opgeschoten jongens die duidelijk de nacht doorgefeest hadden.
Na een paar koppen stond Elise op. Ze had geen idee wat ze moest doen. Ze wilde Alex niet langer ongerust maken, pakte een taxi en liet zich naar huis rijden.

*

Vincent houdt zijn adem in. Voetstappen kon hij niet horen, er lag immers alleen maar zand. Hij schrikt. Zijn voetstappen zijn natuurlijk wel te zien. Er is vast te zien hoe hij bij de schommel vandaan is gekropen en daarna naar de muur is gelopen. Voetstappen die stoppen bij de deur waar hij achter zit. Hij weet niet wat hij moet doen. Hij zit verstijfd van schrik en probeert geen geluid te maken.

“Aarrgghh” hoort hij roepen. Iemand gilt. Iets valt met een plof in het zand.

“Hij is weg! Hoe kan dat nou? Waar is hij naar toe?” De stem van de voor Vincent onbekende man slaat over.

Niet veel later hoort Vincent een deur hard dichtslaan. Is die man vertrokken? Is hij weggegaan zonder hem te zoeken? Zou hij opa gaan halen? Vincent weet dat hij weinig tijd heeft, weinig kans ook om te ontsnappen. Heel voorzichtig staat hij op en knipt het licht aan. Zijn ogen moeten wennen aan het felle licht en het duurt even voordat hij kan zien waar hij is. Het is een soort kantoortje. Een bureau, een kast vol met ordners, een computer. Geen raam, geen vluchtmogelijkheid. Vincent weet niet wat hij moet doen. Hij is pas 10 jaar en weliswaar niet dom voor zijn leeftijd, maar hij raakt langzaam in paniek. 

“Een sleutel… ik moet een sleutel hebben” fluistert Vincent. Snel trekt hij een voor een alle laatjes van het bureau open in de hoop een sleutel te vinden, een sleutel waarmee hij kan vluchten. In de laatste la vindt hij iets. Een flinke bos sleutels, waarvan er vast een op een deur naar buiten zou moeten passen. Hoeveel tijd zou hij hebben? Zou het hem lukken?

woensdag 7 november 2012

Kinderpraat!

Kaal

We zitten gezellig aan het ontbijt voordat Meike en Lotte naar het kinderdagverblijf gaan en Wilbert en ik moeten werken.
Meike: mama die blaadjes zijn van mij hè (wijzend naar de blaadjes op de grond in de tuin)
Ik: Ja Meike, die mag jij wel hebben.
Meike: de bomen zijn nu bijna keel he.
Ik: Kaal bedoel je. Als de bomen geen blaadjes meer hebben zijn ze kaal. Net als opa, die heeft ook bijna geen haar meer. Opa wordt ook kaal.
Meike kijkt me vreemd aan. 
Ik: Ja, opa heeft toch bijna geen haar meer. Hij kan toch geen staart maken zoals ik.
Meike: Ja maar mama, oma heeft toch ook geen elastiekjes!!!

Verdwenen stem

Meike: Mama waar is jouw stem? Ik zie die niet.
Ik (helemaal hees): Tja Meike, dat weet ik niet. Zou die onder de bank liggen?... Nee, dat kan niet hè.
Meike: Misschien hebben opa en oma hem meegenomen.

de volgende dag:

Meike: Mama, heb je je stem weer teruggevonden?
Ik (piepend en krakend): Nee nog niet.
Meike: Misschien ligt die nog op school.

Muts

Het waait hard en Meike en ik gaan boodschappen doen. Ik doe haar de muts op. Lotte heeft pas oorontsteking gehad en moest daarom een muts op en ik wil natuurlijk niet dat Meike ziek wordt.
Meike: mama, ik ben toch niet ziek?
Ik snap haar niet helemaal en vraag nog eens wat ze bedoelt.
Meike: ik ben toch niet ziek. Ik hoef de muts dan toch niet op.

Centjes

Gisteren liet ik per ongeluk wat kleingeld uit mijn beurs vallen dat door de kamer rolde. Meike wilde de centjes heel graag hebben. 
Ik: Nee Meike, die centjes zijn van mama.
Meike: Maar ik heb ook geld nodig mama.
Ik: Waarvoor
Meike: Voor de schootschappen (boodschappen)

Zusjes

Meike (tegen Lotte): Lotte, kijk me eens aan.
Lotte draait haar hoofdje weg en blijft proberen om papa's lp's uit de kast te pakken.
Meike: Lotte, kijk me eens aan. Jij mag niet aan papa's platen komen. Dat is "oh-oh"
Lotte lacht een keer.
Dan buigt Meike voorover en geeft haar een kusje.

vrijdag 2 november 2012

De Speeltuin deel 4



Wat er al eerder gebeurde:


Vincent schommelt nog altijd heen en weer. De schommel maakt een piepend geluid, alsof de palen in de grond heen en weer schuiven. Stil hoopt hij dat dit buiten te horen is, al weet hij eigenlijk ook dat dit onmogelijk is. Hij kan nog altijd geen elleboog om de paal heen slaan. Nog een paar keer flink heen en weer gaan en dan moet het lukken.

“Yes!! Eindelijk!” Vincent schreeuwt het uit. “Gelukt!” Maar wat nu. Hij probeert te voelen of hij er iets scherps is, veel bewegen kan hij niet, want dan schiet hij meteen los en is alle moeite voor niets geweest. Hij voelt met zijn wang. Een schroef. Dat kan hij proberen. Eerst moet hij proberen zijn knieën om het frame te slaan, zodat hij kan blijven hangen, wanneer hij zijn armen beweegt. Wonder boven wonder lukt hem dit meteen bij de eerste poging. Heel voorzichtig laat hij het frame  met zijn elleboog los. Niet te snel, want door zijn gewicht kan hij ineens weggeslingerd worden. Het gewicht voelt hij inmiddels aan zijn benen hangen en zijn armen kan hij bewegen. Eerst de ene pols langs de schroef.  Zou hij hierin slagen? Zou hij los komen?

Het duurt lang en hij voelt de spieren in zijn benen verzuren. Wel merkt hij dat het touw langzaam stuk gaat. Hij moet doorzetten. Dan ineens houdt hij het gewicht niet meer. Hij schiet los en zwaait gevaarlijk draaiend heen en weer. Hij voelt het frame regelmatig in zijn zij beuken. Mislukt. En nu? Hij probeert zijn pols te bewegen. Er zit meer speling in. Hij wrijft zijn pols van boven naar beneden. Wellicht wanneer hij dit lang genoeg doet, gaat het touw verder stuk. Maar eerst zal hij weer redelijk stil moeten hangen.

Hoeveel tijd heeft hij nog? Hij wil vrij zijn voordat zijn opa en die vreemde man terugkomen.

*

Elise liep door de stad. Ze was automatisch richting het centrum gelopen. Ze dacht alleen aan Vincent. Ze wist eigenlijk niet eens waarom ze buiten was. Het enige wat ze wist was dat ze Vincent wilde vinden en niet stil wilde zitten.

Hoe lang ze al gelopen had wist ze niet. Maar waarschijnlijk lang, want de eerste bussen begonnen al weer te rijden. Leeg nog, maar ze reden. Ze liep naar het station, zou de stationsrestauratie al open zijn? Ze lustte wel een kop koffie.

*

Lonneke kon niet slapen. Ze had waarschijnlijk haar antwoord gevonden, maar dat moest ze eerst nog goed nagaan. Thuisgekomen had ze het artikel wel tien keer gelezen. Er stond niets in over de vrouw en de baby op de foto. Het ging alleen maar over de kraamafdeling die een prijs gewonnen hadden voor de goede verzorging die ze gaven. Ze had het artikel ook aan haar ouders willen laten zien. Zouden zij haar herkennen van vroeger? Helaas waren haar ouders een avondje op stap geweest, etentje met het werk van haar vader. Dat moest wachten tot morgen, want hiervoor hoefde ze ze natuurlijk niet midden in de nacht wakker te maken. Ze draaide nog eens om op haar zij. Wat zou ze kunnen doen? Als eerste ging ze morgen naar het ziekenhuis. Daar ging ze navraag doen, al betwijfelde ze of ze antwoord kreeg op haar vragen omdat er natuurlijk zoiets was als beroepsgeheim en privacy. Toch wilde ze het proberen. Wellicht kon ze haar moeder meevragen. Dan was het zeker dat ze niet zomaar een opstandige tiener was die op zoek was naar haar ware identiteit, maar dat ze heel zeker van haar zaak was om erachter komen wie haar biologische ouders waren.

Het duurde nog lang en het werd al licht. Lonneke viel toch nog in een onrustige slaap.

*

Vincent blijft het proberen. Hoe lang dat weet hij niet, dat zijn arm pijn doet wel, maar uiteindelijk schiet het touw los. Zijn arm is vrij. Eindelijk. Gauw probeert hij met zijn vrije hand de overige touwen los te maken. Gelukkig lukt dit snel en als zijn handen vrij zijn, kan hij ook zijn voeten bevrijden. Hij gaat voorzichtig staan, een beetje wankel en zwak. Hij zakt meteen door zijn knieën en voelt het zand onder zijn handen. Koud zand. Even blijft hij liggen, maar al snel weet hij dat hij weg moet. Hoe laat het is, weet hij niet, maar hij moet proberen weg te komen.

Had hij maar een mobieltje gehad, dan zou hij zijn moeder bellen. Jammer dat ze hem die nooit heeft willen geven. Na dit avontuur zal hij er vast niet meer om hoeven zeuren. Snel probeert hij weer te staan en gaat gauw op zoek naar een deur of raam. Eerst eens richting muur. Deze heeft hij snel gevonden en struikelend door het zand bereikt hij een deur. Hij voelt aan de klink. Op slot, natuurlijk zit deze op slot. Hij probeert om zich heen te turen in het donker. Zijn ogen zijn weliswaar gewend aan de duisternis, maar hij ziet weinig. Toch moet hij zien weg te komen. Hij loopt verder. Nog een klink. Deze geeft wel mee. Hij maakt de deur open en stapt door de opening. Ook hier is het donker. Met zijn handen naar voren om zich niet te hoeven stoten, loopt hij de ruimte in. Het voelt als een kleine ruimte. Langs de muren gaat hij op zoek naar een lichtknop. “Er zal toch vast wel een lichtknop zijn?” denkt Vincent hardop. Op het moment dat hij de lichtknop voelt en er op wil drukken, hoort hij iets. Stemmen, een deur. Snel schuifelt hij terug naar de deuropening. Hopende dat de mannen deze ruimte niet kennen en hier niet hoeven te zijn verschuilt hij zich. Het licht laat hij nog maar uit. Terwijl hij de deur dicht doet, voelt hij dat er aan de binnenkant een sleutel op de deur zit. Hij draait hem heel voorzichtig om zo min mogelijk geluid te maken om. En daar zit hij dan. Niet meer vastgebonden op de schommel, maar opgesloten in een ruimte die hij niet kent.