Stampin' Up Workshop met Linda

Voor goed betaalbare workshops, kinderfeestjes in Swalmen en omstreken
en bestellingen van Stampin'Up
bent u hier aan het juiste adres.

Mail voor informatie:
l.opdencamp24@gmail.com

facebook: Stampin' by Linda

dinsdag 14 augustus 2012

Korte thriller: Bijgeloof?!


Een klap in mijn gezicht. Ik voel het bloed langs mijn wang sijpelen. Wie heeft me die klap uitgedeeld? En waarom? Ik wilde net David bellen en ineens sprong iemand voor mijn neus en deelde me een klap uit. Ik voel me duizelig worden en zak naar de grond. Ik val neer en beland met mijn hoofd op de stoeprand. Ik snak naar adem. Is er dan niemand die me helpt? Ik zak weg en voel dat ik aan mijn voeten weggetrokken wordt. Ik kan niets doen. Ik wil tegenstribbelen, ik wil terugvechten, ik wil kijken wie me dit aandoet, maar heb geen kracht. Ik kan niets doen. Dan wordt het echt zwart voor mijn ogen.

Ik word langzaam wakker. Waar ben ik? Een donkere ruimte. Ik ken deze plek niet. Wie heeft me dit aangedaan. Ik voel gigantische hoofdpijn opkomen als ik mijn hoofd probeer op te tillen. Ik ga weer liggen. Ik ben duizelig en misselijk en moet overgeven. Ik draai op een zij en spuug over de vloer. Dan zak ik weer weg.

Hoe lang ik bewusteloos ben geweest weet ik niet, maar ineens hoor ik weer iets. Een auto lijkt het wel. Het gebrom van de motor stopt en ik hoor voetstappen naar de deur. Dan zwaait de deur open en heb ik een felle lamp in mijn gezicht. Ik open voorzichtig mijn ogen, maar kan nog niets zien. Het licht is te fel en met een oog zie ik niets. Het duurt heel even voordat ik wen aan het licht. “Steffie” kan ik net uitbrengen. Steffie is een goede vriendin en collega. Steffie wat is er gebeurd? Wat doe ik hier? Wat doe jij hier?
Steffie helpt me overeind. En komt naast me op de grond zitten. Ze zegt niets, maar geeft me een glas water. Ondertussen maakt zij mijn gezicht schoon met een natte doek. Ik zoek mijn mobieltje, maar kan hem niet vinden. Ook mijn portemonnee is weg. Ben ik beroofd? Steffie weet het niet, zij heeft me toevallig  gevonden, zegt ze.
Zij ondersteunt me en we staan op. Strompelend kom ik maar vooruit. Mijn rug doet pijn en de hoofdpijn komt weer terug. Steffie neemt me mee naar het hotel waar we verblijven. Ik neem een douche en voel me een ander mens, al weet ik nog steeds niet wat er precies gebeurd is.

**

Ik sta op en neem een douche. Het is een mooie ochtend in februari. Dit jaar ligt er geen sneeuw zoals de afgelopen jaren en de temperatuur is voor de tijd van het jaar erg aangenaam. Ik hoor Loes beneden in de keuken rommelen. Ik zie precies voor me wat ze aan het doen is. Ze zet thee, in een pannetje want de waterkoker is vorige week kapot gegaan en we hebben nog geen tijd gehad om een nieuwe te gaan kopen. Ze bakt de broodjes af in de oven en ondertussen dekt ze de tafel. Het is een mooie zondag om straks na het ontbijt een flinke wandeling te gaan maken.
Als ik beneden kom zit Loes achter de krant met een kop thee. Ze kijkt me aan en ik geef haar een kus op het litteken boven haar oog. ´Het is alweer bijna 4 jaar geleden,´ zegt ze. ´Wat zou er dit jaar op schrikkeldag gebeuren?´
´Er hoeft dit jaar toch niets te gebeuren?´ zeg ik. Het is gewoon een dag als alle anderen die 1 keer in de vier jaar voorkomt.´

Ik stap gauw over op een ander onderwerp. Als Loes eenmaal over vier jaar geleden begint, weet ze van geen ophouden meer. Ze wordt helemaal nerveus, bang en probeert alles nog eens terug te halen. Dat lukt haar niet, want door de klap op haar hoofd is ze een deel van het haar herinneringen kwijt geraakt. Dit irriteert haar nog steeds enorm en dan wordt ze boos en verdrietig.
`Zullen we gaan wandelen?´ vraag ik als ik een hap van mijn broodje heb genomen. ´Lekker de bossen in en een flink stuk wandelen.´
Loes´ gezicht klaart op en ze heeft haar goede humeur gelukkig weer terug.
Een half uurtje later lopen we door het bos. Het is toch best fris, maar het zonnetje schijnt. Een heerlijk begin van de dag. De rest van de dag brengen we door met alleen maar leuke dingen. We gaan nog ergens lunchen, even de stad in en even op bezoek bij vrienden. Daar slaat de stemming van Loes weer om. Steffie heeft Loes gevonden en geholpen. Zij heeft gezien hoe Loes er aan toe was nadat ze was beroofd en ook Steffie vraagt zich af wat er dit jaar op schrikkeldag gaat gebeuren. Steeds als Loes nerveus wordt gaat ze over het litteken boven haar oog wrijven. Dit doet ze nu ook. Ik voel me niet op mijn gemak, ben bang dat Loes haar zelfbeheersing gaat verliezen en in tranen uit zal barsten. Ik kan haar maar moeilijk troosten. Ik vind eerlijk gezegd dat ze overdrijft. ´Wees blij dat het op schrikkeldag is gebeurd, dan zit je maar eens in de vier jaar in spanning.´ zeg ik. Dit wordt me niet in dank afgenomen en zowel Loes als Steffie werpen me een vernietigende blik toe.

In de auto naar huis zeggen we niet veel. Zo mooi als deze dag begon, zo vervelend eindigt hij. ´Het spijt me Loes.´ zeg ik. Loes zegt niets terug, maar ik zie haar de tranen van haar gezicht afvegen. ´ik bedoelde het niet zo,´ probeer ik nog eens. Thuis stapt Loes direct uit de auto, loopt naar binnen en gaat naar boven. Ik loop de kamer in en pak nog een glas wijn. Ik weet dat ik te ver gegaan ben met mijn opmerking, maar hoe lang kun je blijven treuren over iets?
Over twee dagen merkt Loes vanzelf dat er niet iedere keer op schrikkeldag iets ernstigs gebeurd. Daarna zal ze alles wel kunnen relativeren en zal ze ontspannener zijn.

**

Het is vier jaar later. David snapt er nog steeds niets van, maakt ook nog stomme opmerkingen. Twee dagen heb ik nu niets gezegd. Veel langer houd ik dat niet vol. Ik houd van hem, maar hij zal zien dat mijn voorgevoel klopt. Er staat iets te gebeuren vandaag, al weet ik nog niet wat. Het liefst was ik de hele dag in bed blijven liggen, maar dat gaat niet. Ik moet mam helpen met de verhuizing van oma. Oma gaat naar een verzorgingstehuis en ik heb beloofd haar te helpen.
Ik loop snel naar de garage en pak mijn fiets eruit en ik fiets naar mijn moeder. Het is niet ver en ik ben er zo. Mam staat al op me te wachten en gauw vertrekken we naar oma. Oma ziet wat sip. Ze wil eigenlijk niet naar een verzorgingstehuis, maar omdat ze niet meer goed voor zichzelf kan zorgen en mijn moeder enig kind is met een baan, is er niemand die de hele dag op oma kan letten. We drinken samen een kop thee. Oma kijkt me lang aan, maar zegt niets. Oma kon altijd al aan mijn gezicht zien als er iets aan de hand was. Zo ook nu zal ze zien dat ik me zorgen maak. Zorgen om haar, maar ook om mezelf op deze dag. Ik kijk gauw weg en zie dat de dozen al allemaal zijn ingepakt. De meubels neemt mijn oma niet mee, want daarvoor is te weinig plaats. Na de thee beginnen mijn moeder en ik alle dozen in de auto te laden. Het zijn er niet zo heel veel, maar de auto raakt al snel vol. We krijgen niet alles in een keer mee. Met zijn drieën stappen we in en rijden naar het verzorgingstehuis. Daar laden we alles snel uit. We worden geholpen door enkele verzorgers. Al gauw zitten we in het nieuwe ´huisje´ van oma. Een kamer van ongeveer 20 vierkante meter met een aparte badkamer en slaapkamer. Oma en mam gaan de spullen alvast uitpakken en inruimen en ik rijd nog eens op en neer naar oma´s huis om de laatste dozen op te halen.

Ik weet niet of het komt doordat ik onderweg niet goed oplet of dat het opzettelijk gebeurd, maar ineens vlieg ik met de auto tegen de vangrail aan en draait de auto zich 180 graden. Ik zie auto´s op me afkomen, maar kan niets doen. Mijn benen voelen verlamd en mijn hoofd doet zeer. Opnieuw voel ik het bloed langs mijn gezicht omlaag sijpelen. Ik proef het bloed in mijn mond. Ik zoek mijn mobiel, maar voordat ik hem kan vinden, wordt mijn autodeur opengetrokken en kijk ik in de ogen van Steffie. Ze kijkt verschrikt en zegt dat ik snel met haar mee naar de andere kant van de vangrail moet komen staan, omdat het in de auto te gevaarlijk is. Ik laat me opnieuw door haar meeslepen en al struikelend beland ik op het veilige stuk gras achter de vangrail. Net op tijd…want een andere auto knalt met hoge snelheid tegen de auto van mijn moeder. Deze vliegt over de kop. Dit had ik niet overleefd als Steffie er niet was geweest. Dan voel ik me duizelig worden en zak ik in elkaar.

**

Ik zit in een vergadering als mijn mobiel ineens afgaat. Hij staat op trillen, dus ik laat hem gaan. Hij blijft onophoudelijk afgaan en dan kijk ik toch maar even wie mij zo dringend nodig heeft. Het is Laura, de moeder van Loes. Wat wil die dan van me. Ze weet toch dat ik op mijn werk ben? Ik druk haar weg. Dan stopt het ook. . Ik wil niet weglopen uit de vergadering, omdat ik al gehaast aan de late kant binnen kwam hollen en mijn baas me al streng aankeek. Niet veel later komt een secretaresse binnen en vertelt me dat er een dringend telefoontje voor me is en dat het met Loes te maken heeft.

**

Als ik mijn ogen open, zie ik alleen maar licht en witte muren. Ik ben in het ziekenhuis. Ik ben toch niet geraakt? Ik was toch op tijd uit de auto?
Mijn hoofd bonkt en ik kan nauwelijks denken.
´Ze heeft haar ogen open´ hoor ik mijn moeder zeggen. Ik knipper een paar keer en probeer te kijken wie er om me heen staan. ´David´ kreun ik. ´Ik ben hier,´ zegt David, en hij buigt wat voorover zodat ik hem kan zien. ´Oh schatje, wat is er toch gebeurd? Het spijt me zo dat ik je zorgen om schrikkeldag niet serieus heb genomen. Je had toch gelijk. Wat is er toch gebeurd?´
Ik kan hier wederom geen antwoord op geven. Ook deze keer is me weinig bijgebleven. Wel was opnieuw Steffie in de buurt om me te helpen. Toeval?

Na een paar dagen ter observatie in het ziekenhuis mag ik naar huis. Wel raden ze me aan om bij een psycholoog langs te gaan om te kijken of het mogelijk is om mijn geheugen terug te krijgen, waardoor ik weet wat er is gebeurd en wie me dit aandoet.
Een dag later sta ik dan ook op de stoep bij een psycholoog. Een vrouw van middelbare leeftijd met een vriendelijk gezicht. Ze ontvangt me hartelijk en ik voel me meteen op mijn gemak. Ik krijg een kop koffie aangeboden met een koekje. We kletsen wat over het weer en dan vraagt ze waar ik voor kom.
Ik probeer haar zo goed en zo kwaad als het gaat uit te leggen waarom ik bij haar ben, al is dat erg lastig met die gaten in mijn geheugen. ´ik wil gewoon weten wat er gebeurd is en hopen dat er op schrikkeldag over 4 jaar niets gebeurt´ eindig ik mijn verhaal.
´Het lijkt me dan slim om je onder hypnose te brengen en terug te gaan naar schrikkeldag 4 jaar geleden.  We starten op de momenten voor de klap in je gezicht die je je nog kunt herinneren en gaan zo langzaam verder. Het terugroepen van je geheugen zal niet in één sessie gebeuren, daar moeten we geduld voor hebben. Maar het gaat ons lukken als je er open voor staat.´
Ik sta er zeker open voor, daarom ben ik naar haar toegegaan. Ik ga op het bed dat in de rechterhoek van de kamer staat liggen en sluit mijn ogen. De psychologe zal alles op video vastleggen, zodat ik later zelf kan terugkijken wat er is gebeurd en wat ik heb gezegd.

´s Avonds kijk ik de video terug, David is er niet en ik probeer met behulp van de video of het me lukt om nog meer herinneringen terug te halen. Inmiddels weet ik dat ik werd achtervolgd en dat er een man me bij mijn schouders pakte. Ik wil hem van me afschudden, maar hij is te sterk voor me. Dan krijg ik de klap in mijn gezicht en als ik wakker word, is Steffie er. Wie de man is, weet ik nog niet. Ik voel opnieuw sterke handen op mijn schouders en ik kijk om. Het is David, hij komt net thuis.

**

Een paar sessies later zijn we al wat meer opgeschoten. Ook bij het auto-ongeluk word ik achtervolgd en vervolgens aangereden. Het is jammer dat ik de automerken zo slecht ken. Ik weet alleen dat het een zwarte grote auto is met een kofferbak en dat het nummerbord met dezelfde letters begint als van Davids auto. Davids auto… een grote zwarte Alfa met kofferbak… Nee, ik schud de gedachte meteen van me af. Het kan David niet zijn geweest, hij was aan het werk.
Hoe het kwam dat Steffie beide keren zo snel bij me was, weet ik nog steeds niet. Steffie zegt dat het toeval is geweest. De eerste keer waren we tenslotte samen voor het werk op weg en verbleven we in een hotel.

**

“Waar was jij eigenlijk toen het gebeurde?” vraagt Loes me.
“Hou toch eens op over die beroving. Kom zullen we een spel gaan doen om je af te leiden? “ Ik pak scrabble erbij en ga alvast aan tafel zitten. Woorden als “moord”, “klap”, “volgen” en “bloed” belanden als toeval op het scrabblebord. Toch is Loes wat vrolijker, in ieder geval, zo lijkt het. Als ze er nu maar niet meer te vaak aan denkt, gaat ze het vanzelf vergeten. Af en toe kijkt ze me nadenkend aan. Ze zegt niet veel. Haar gedachten lijken regelmatig af te dwalen.

**

Uiteindelijk passen alle puzzelstukjes in elkaar.. Iedere keer als ik over de beroving begon, veranderde David van onderwerp en probeerde hij me af te leiden. Op dat moment leek het of hij me gewoon niet geloofde en of hij me wilde opvrolijken, maar alles is opgezet spel geweest. Hij wilde gewoon van me af en Steffie voor zich winnen. Steffie moest dan voor me zorgen, zodat zij niet als verdachte persoon werd gezien. Daarom was zij telkens in de buurt. David wist waar ik was en Steffie moest me opvangen, zodat het niet leek alsof ik echt werd achternagezeten, maar dat het toeval was. Alles was vooropgezet spel, gewoon uitgedacht omdat ze van me af wilden. Steffie heeft beide keren geprobeerd ervoor te zorgen dat ik niet naar een dokter ging. De eerste keer is haar dat gelukt, maar de tweede keer heeft mijn moeder daar een stokje voor gestoken. Die belde me na het ongeluk op om te vragen waar ik bleef met de laatste dozen en aan mijn stem hoorde ze dat er iets niet goed was.

Nu ik dit weet ga ik niet graag meer naar huis. Thuis is David en hij weet inmiddels dat ik steeds meer weet. Gelukkig weet hij nog niet dat ik zijn auto heb herkend en dat ik weet dat hij achter de beroving zit. Dit moet ik ook maar niet laten merken. Ik moet ervoor zorgen dat hij op een andere manier gepakt wordt. Maar hoe? Gelukkig heb ik wel mijn moeder in vertrouwen kunnen nemen en weet zij het hele verhaal. Samen proberen we een plan te bedenken om David terug te pakken en te laten boeten voor wat hij me allemaal heeft aangedaan. Ik dacht dat we samen gelukkig waren, dat we samen oud zouden worden. Nu lijkt hij gewoon een vreemde voor me. Iemand naast wie ik eigenlijk niet meer in bed wil liggen of mee wil ontbijten. Ik ga iedere avond vroeg naar bed, doe alsof ik slaap als David ook naar boven komt. Hij zal me misschien wel door hebben inmiddels, maar hij zegt er niets van.

**

Ze heeft me door. Ze weet steeds meer, maar zegt niets. Wat moet ik doen? Ik kan niets doen. Voorlopig komt er geen schrikkeldag meer. Ik bel Steffie en vraag haar advies. Zij weet het ook niet. Stiekem zien we elkaar al bijna 5 jaar. Steffie, de liefde van mijn leven, naast Loes. Hoe het zo begonnen is, weet ik niet eens meer precies. Ze kwam een keer langs om Loes op te halen voor een avondje stappen, maar Loes was nog niet klaar. Ineens stonden we te zoenen in de kamer en we hoorden nog maar net op tijd Loes van de trap afkomen. Sindsdien zien we elkaar regelmatig en verzinnen we allerlei manieren om Loes bij mij weg te krijgen. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om Loes te zeggen dat ik wil scheiden, dus probeerden we door ongelukken van haar af te komen. Maar Loes is een taaie, ze geeft niet snel op en overleefde beide ´ongelukken´. Waarom deze ongelukken alleen op schrikkeldag hebben plaatsgevonden? Loes is erg bijgelovig en geloofde vroeger al dat ze altijd ongeluk had op schrikkeldag. Een keer een slecht cijfer voor een toets, een gaatje in haar kies bij de controle bij de tandarts, een gebroken arm bij het schaatsen. Al dit soort dingen gebeurden bij haar steeds op schrikkeldag. Hierdoor zou het voor haar niet echt opvallen, er gebeurde immers iedere 4 jaar wel iets op schrikkeldag.

**

Loes staat in de keuken als ik thuiskom. De tafel is gedekt, er branden zelfs kaarsen op de chique gedekte eettafel. Het dure servies is uit de kast gehaald en ook het zilveren bestek dat ze van haar oma heeft gekregen. Hebben we iets te vieren? Geen idee. Ik voel me niet op mijn gemak, maar besluit er maar een leuke avond van te maken.
Loes draait zich om. Ze heeft een mooie lange avondjurk aangetrokken, haar haar opgestoken en make-up opgedaan. Ik besluit mijn stropdas voor deze gelegenheid maar om te houden, terwijl ik deze normaal gesproken meteen in een hoek gooi als ik thuiskom van het werk.
Loes gebaart me dat ik aan tafel moet gaan zitten en schenkt me een glas wijn in. Haar glas neemt ze mee vanuit de keuken en we proosten. Waarop weten we allebei niet.
Loes zet de gebraden eend op tafel en schept mijn bord vol. Het eten is heerlijk en ik geniet ervan. Loes schenkt me nog wijn bij en haalt het dessert uit de keuken. Haar glas is nog bijna vol.
Na een paar glazen voel ik me suf worden. We gaan naar boven en kruipen vroeg in bed. Sinds lange tijd liggen we weer een keer tegen elkaar aan, lepeltje lepeltje.

**

Ik heb het goed voorbereid. Het eten staat in de oven en mijn glas wijn is al ingeschonken. David zal zo thuiskomen en dan schenk ik hem een glas vol. We zullen genieten van het heerlijke eten en daarna boven in bed gaan liggen omdat David zich niet lekker zal voelen en ook ik op tijd wil slapen. Het zal dan niet lang duren voordat David in een diepe slaap valt waaruit hij niet meer zal ontwaken. Dat is mijn wraak voor alles wat hij me heeft aangedaan.
Ik zal de volgende dag zelf naar de politie stappen en vertellen wat ik heb gedaan en ook wat er allemaal aan vooraf is gegaan. Ik heb de videobeelden van de sessie bij de psycholoog die me zullen ondersteunen in mijn verhaal. Hopelijk krijg ik een niet al te hoge straf voor de moord die ik ga plegen. 





Voetnoot:
Het tweede verhaal dat ik geschreven heb, "Licht in de Duisternis", is uitgegeven door www.vrouwenthrillers.nl in de bundel LIVE.
Dit is mijn eerste echte verhaal, en dit heb ik eigenlijk nog bijna niemand laten lezen. Vandaar deze blog.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen