Stampin' Up Workshop met Linda

Voor goed betaalbare workshops, kinderfeestjes in Swalmen en omstreken
en bestellingen van Stampin'Up
bent u hier aan het juiste adres.

Mail voor informatie:
l.opdencamp24@gmail.com

facebook: Stampin' by Linda

maandag 24 december 2012

Patchwork

Nee nee, mijn patchworktas is nog niet af. Toch met patchwork bezig geweest, maar dan met papier.

Ik heb enveloppen gemaakt. Leuke patchwork-enveloppen om leuke post mee te versturen.

Hier de stappen te zien en het eindresultaat:


1. vierkante stevige papiertjes in vieren knippen.

2. Een mooi patroon leggen.

3. Met bijpassende tape vastplakken.

4. Vouwen tot een envelop en vastplakken.


 Een ander soort patroon leggen kan natuurlijk ook:






Het resultaat van vandaag:



vrijdag 21 december 2012

Creatief met papier en stof

Creatief met Linda ;-)

De laatste tijd regelmatig creatief geweest met stof en papier. Hier de resultaten:

Eerst behangstalen verzameld:


En hiervan mapjes geknutseld waar kleine kaartjes in kunnen:


Onderstaande kaartjes en mapjes zijn van gewoon papier gemaakt en met een wc-rolletje voor de stevigheid van de mapjes. 
Leuk om bij een cadeautje of bosje bloemen aan iemand te geven.



Ook had ik laatst leuke kerststof gekocht. Hiervan kleedjes gemaakt voor op de tafels. Deze keer zonder al te veel moeite gewoon geknipt met een kartelschaar.



Verder ben ik nog bezig aan een patchworktas. Hiervoor erg leuke stofjes gebruikt. Ik zal foto's maken van de verschillende stappen en hier een volgende keer het hele proces plaatsen. Even afwachten nog dus....

vrijdag 14 december 2012

De Speeltuin deel 10 (Laatste deel)

Elise was de kamer weer ingelopen. De man liep achter haar aan. Daar stonden ze dan. Na ruim 10 jaar. De telefoon ging over. Dit was geen goed moment om op te pakken. Elise liet hem rinkelen. Niet lang daarna ging hij nog een keer over, ook nu liet ze hem gaan.
Frits wist niet wat hij moest zeggen. Hij hield nog altijd van Elise, maar de liefde werd niet meer beantwoord. De hele ontvoering was zinloos geweest nu de jongen ontsnapt was. Wat moest hij Elise zeggen. Zeggen dat hij het was? Of wist ze dat al?
“Weet Alex het al?” vroeg hij om de stilte te doorbreken.
Elise schudde met haar hoofd. “Het moet nu wel op tafel komen. Hij moet weten wat er gebeurd is 10 jaar geleden. WIJ hebben een zoon Frits. Een zoon. Jouw zoon.”
“Het was niet mijn bedoeling om hem mee te nemen. Je vader had geld nodig. Zijn huis was afgebrand, hij was slecht verzekerd. Dit was een kans om aan geld te komen. Alex heeft genoeg.”
Elise schrok niet eens van het feit dat Frits en haar vader Vincent hadden meegenomen. Ergens diep van binnen had ze het kunnen weten. Toch zakte ze op de grond neer en tranen liepen over haar wangen.
“Waar is hij nu?”
“Tja…” Frits twijfelde aan zijn woorden. Hoe moest hij het vertellen? Hoe kon hij nu vertellen dat hij dit niet wist, dat Vincent zichzelf had bevrijd en verdwenen was.
“Ik weet het niet. Hij is weg.”
Elise keek hem ongelovig aan. “WAT? Je ontvoert iemand en diegene verdwijnt zomaar? Hoe kon je dat nu laten gebeuren? Waar is hij? Waar is Vincent?”
Het leek alsof de grond onder haar voeten wegzakte. Wat moest ze doen? Alex moest weten van Vincent. En niet alleen dat.
“Frits… er moet nog meer op tafel komen. Iets dat jij nog niet weet. 17 jaar geleden, toen we elkaar net hadden leren kennen. Toen is er iets gebeurd.”
Frits keek haar ongelovig aan. Was er nog meer? Wat dan?
Op dat moment ging opnieuw de telefoon.
*
“Misschien moest je nog eens naar huis bellen. Of zal ik het voor je doen?” Lonneke keek Vincent aan. Wat zag ze toch aan hem? Zijn ogen. Ze voelde zich zo met hem verbonden. Vreemd, want ze kende hem pas net.
Hij keek haar met betraande ogen aan. Durfde hij nog een keer te bellen? Lonneke gaf hem de telefoon. Hij pakte hem aan en toetste opnieuw het nummer in. Weer ging de telefoon over.
Toen werd er opgepakt. Wat moest hij zeggen?
“Elise” hoorde hij zijn moeder zeggen door de telefoon.
“Mam?”
“Vincent!!”ze riep het bijna door de telefoon. Hij kon haar blijdschap horen.
“Vincent, waar ben je? Hoe is het met je? Ben je in orde? Oh, ik weet het, ik moet niet zoveel vragen tegelijk stellen. Vincent, waar ben je?”
“Ik ben bij een mevrouw en haar dochter Lonneke. Zij hebben me gevonden. Ik ben ontsnapt. Opa zal me wel zoeken en een vreemde meneer.”
Vincent had nog nooit zoveel in een keer achter elkaar verteld. Het rolde gewoon uit zijn mond. Een beetje onsamenhangend, maar hopelijk begreep zijn moeder hem.
“Ik kom je halen, waar ben je? Geef me die mevrouw anders even.”
Vincent overhandigde Lonneke de telefoon en liet haar uitleggen waar zijn moeder heen moest komen. Ze zou er over een half uur zijn.
*
“Ik moet weg. Ik moet Vincent halen. Hij is terecht. We hebben het er later nog wel over.” Elise pakte haar sleutels en trok haar jas aan. Frits verward in de kamer achterlatend trok ze de voordeur achter zich dicht. Hij keek uit het raam. “17 jaar geleden” mijmerde hij. Het begon hem langzaam duidelijk te worden. “Het zou toch niet…” Die gedachte schudde hij van zich af. Hij liep naar buiten.
*
Elise parkeerde de auto en rende naar de voordeur van het huis. De deur werd opengedaan. Daar stond ze dan. Ze keek in haar eigen ogen.
“Hallo, ik ben Lonneke. Mijn moeder en ik vonden Vincent langs de weg. Komt u binnen.”
Elise moest even van de schrik bekomen en liep verdwaasd achter het meisje aan naar binnen. Daar zag ze Vincent op de bank zitten. Hij keek haar aan. Elise snelde op hem af, viel op haar knieën en nam hem in zijn armen, hoe zeer hij dit ook hekelde, ze deed het nu toch. Deze keer duwde hij haar ook niet van zich af. Ze voelde zijn armen zelfs om haar heen. Hij hield haar vast. Dat had hij nog nooit gedaan. De tranen stroomden over hun wangen. Na een paar minuten merkte ze dat Vincent rust wilde.
Toen stond Elise op en draaide zich om.
Ook bij Lonneke stroomden de tranen over de wangen. Elise liep op haar af. Ze nam haar in haar armen. Daar stonden ze dan. Na 17 jaar, moeder en dochter. Hoe was het mogelijk dat juist zij Vincent gevonden hadden. Ze voelde dat Lonneke het ook wist.
*
Niet lang na de hereniging met haar biologische moeder, ontmoette Lonneke Frits. Frits, Vincents ontvoerder. Vincents vader. Haar vader. Hoe was het toch mogelijk geweest dat dit zo allemaal gebeurde. Ze was blij dat alles was opgelost. Dat alles nu duidelijk was.
***
17 jaar geleden kregen Elise en Frits een relatie. Elise raakte zwanger. Dit vertelde ze nooit aan Frits. De relatie liep stuk en Elise stond het kind ter adoptie af. Ze was nog te jong. Na zo’n 7 jaar liepen ze elkaar weer tegen het lijf. De liefde was blijkbaar niet over, want ondanks de relatie die Elise had met Alex raakte ze zwanger van Frits. Vincent werd geboren. Alex ging er van uit dat het zijn kind was en Elise liet het zo. Waarom zou ze haar huwelijk met Alex op het spel zetten voor de one night stand met Frits. Alles wat haar aan hem herinnerde had ze in een doos gestopt. Waarom? Dat wist ze zelf niet. Waarschijnlijk om ooit met haar kinderen te delen, om haar kinderen de waarheid te vertellen. Waar Lonneke woonde had ze nooit geweten. Zeker niet dat het zo dichtbij was geweest. Haar vader had grote zorgen en hij verweet Frits dat hij Elise had verlaten toen ze zwanger was van Lonneke. Daarom had hij moeten helpen met de ontvoering van Vincent. Vincent was hen te slim af geweest en per toeval zijn grote zus tegengekomen.

vrijdag 7 december 2012

De Speeltuin deel 9

Op de kinderafdeling was het druk. Lonneke was zenuwachtig, terwijl ze toch alleen maar enkele vragen wilde stellen. Ze stond te wiebelen op haar benen alsof ze naar de wc moest. De vrouw voor haar was hoogzwanger, dat was duidelijk te zien. Ze klaagde over allerlei zaken en de verpleging gaf haar rustig antwoord. Eindelijk, het was haar beurt.
Lonneke legde heel rustig uit waar ze voor kwam en haalde het artikel uit haar tas dat ze in de bibliotheek gevonden had. Op dat moment herinnerde ze zich ook dat ze een man boeken zag halen, het boek dat Vincent in de auto had gehad. Lonneke wist even niet wat ze ervan moest denken. Snel probeerde ze zich weer te concentreren op de vragen die ze wilde stellen.
“Weet u misschien wie mijn vader is?” vroeg ze. “Zijn er archieven waarin beschreven staat wie er een kind heeft gekregen, ook al werd het voor adoptie vrijgegeven?” Verwachtingsvol keek ze naar de verpleegkundige achter de balie. Helaas gaf deze aan hier niet direct antwoord op te kunnen geven. Hiervoor had ze meer gegevens nodig. Ze gaf Lonneke een formulier en vroeg haar dit in te vullen. Hiermee zouden ze in de archieven kunnen kijken of er gegevens waren.
Lonneke vulde de gegevens gauw in. Geboortedatum, gegevens adoptieouders, naam, woonplaats. Veel gegevens meer wist ze ook niet. Ze gaf het formulier terug. Het ziekenhuis zou contact opnemen zodra ze iets gevonden hadden. Niet veel later staan Lonneke, haar moeder en Vincent weer buiten.
*
“Waar moeten we je naar toe brengen?” vraagt Lonnekes moeder. “Waar woon je? Moeten we iemand voor je bellen?”
Vincent zegt niets. Wat moet hij ook zeggen.
“Heb je een telefoonnummer bij je? Wil je zelf bellen?”
Er worden te veel vragen op hem afgevuurd. Hij weet niet meer welke hij moet beantwoorden en raakt helemaal in de war. Hij heeft niet eens een telefoon. Hoe kan hij dan bellen.
“Ik loop wel.” Zegt hij dan maar.
Lonnekes moeder wil dit niet. Ze wil hem niet alleen laten lopen zegt ze. Dus loopt hij toch maar mee naar de auto en stapt opnieuw in. Hij weet het niet meer. Hij wil eerst tot rust komen. Zijn moeder zal wel helemaal in paniek zijn en hij weet daar niet mee om te gaan. Hij is bang dat ze boos op hem is.
“Mag ik met jullie mee?” Hij kijkt Lonneke vragend aan. Hij mag haar wel. Ze stelt tenminste niet zoveel vragen.
Dan wordt de auto gestart en rijden ze van het ziekenhuisterrein weg.
*
Elise zat nog altijd op de bank. Ze was te moe om op te staan en opnieuw naar de zolder te lopen. Hoe ze het moest vertellen wist ze nog altijd niet. Dat het nodig was, wist ze wel. Dat ze nu toch echt die doos moest gaan halen, voordat haar bezoek kwam, was ook duidelijk. Ze hees zich van de bank en sleepte zich de trap op. Op zolder pakte ze de doos en nam hem ongeopend mee naar beneden. In de keuken zette ze hem neer. Zou ze hem al open maken of zou ze wachten? Ze wist niet eens meer precies wat er allemaal in zat. Herinneringen dat wist ze, maar wat precies. Ze wachtte.
Tijdens het wachten ruimde ze de vuile kopjes op, haalde ze de afwasmachine leeg en veegde ze met een doek over de vensterbank. Ze stootte een vaas om en gooide de scherven in de prullenbak en dweilde de vloer. Toen ging ineens de bel. Ze schrok opnieuw deze ochtend. Wat moest ze zeggen?
In de gang keek ze even in de spiegel. Ze zag er verschrikkelijk uit vond ze. Was dat erg?
Ze opende de deur, hield haar adem in. De man stond voor de deur, achter zich een donkerbruine Mercedes geparkeerd.
“Kom binnen…” Ze deed een stap naar achteren zodat de man binnen kon komen.
“Het wordt tijd dat we duidelijkheid verschaffen. Voor nu en voor altijd. Het kan niet langer een geheim blijven.”
*
Vincent stapte uit de auto liep het tuinpad op achter Lonneke en haar moeder aan. Binnen deed hij zijn jas uit, legde het boek op tafel en ging zitten.
Lonneke zette hem een glas drinken neer.
“Wil je ook wat eten?” vroeg ze.
Vincent had wel honger gekregen. Hij had nog maar weinig gegeten.
“Zullen we frietjes maken mam, dat lust je vast wel.” Lonneke pakte alvast de frietpan uit de kast en stopte de stekker in het stopcontact. Ze voelde op de een of andere manier dat ze voor hem moest zorgen.
“Dat lust je wel toch?” vroeg ze aan Vincent.
“Na het eten gaan we wel je ouders bellen.” Zei Lonnekes moeder duidelijk. “Je mag hier best even blijven logeren, maar ik vind wel dat ze moet weten waar je bent.”
Vincent knikte. Dat was misschien maar het beste ook. Hij was ontvoerd en hij kon zich nu niet vrijwillig blijven verstoppen. Dat zou vreemd zijn. Maar hij was ook zo in de war. Wat moest hij zeggen? Mama, opa nam me mee, duwde me een gebouw in waardoor ik wonden opliep en bond me vast op een schommel. Dat zou ze toch nooit geloven.
Een kwartier later hield hij de telefoon in zijn handen. Hij had het nummer al ingetoetst. Hij hoorde de telefoon over gaan. Een keer, twee keer, drie keer… wanneer werd er nu opgenomen? Vier keer… Vincent hing de telefoon weer op. Er pakte niemand op. Zouden ze gewoon aan het werk zijn? Zouden ze hem zoeken? Hoewel hij niet wist hoe zijn moeder zou gaan reageren, wilde hij nu toch wel dat ze de telefoon oppakte. Hij belde nog een keer. Tevergeefs. Ook nu werd niet opgepakt.
Hij ging zitten en ongemerkt stroomden de tranen over zijn wangen.
Lonneke kwam naast hem zitten. Ze legde een arm om hem heen. Iets waar hij niet van hield en toch liet hij het gebeuren. Het voelde zelfs fijn.

donderdag 29 november 2012

De Speeltuin deel 8

Vincent zit stil in de auto. Hij zegt niets, weet niet wat hij moet zeggen. Hij weet niet of het slim is dat hij is ingestapt. Wie zijn deze mensen? Waar gaan ze naar toe? Ze stellen hem gelukkig geen vragen. Proberen hem niet op zijn gemak te stellen of te betuttelen. De rit duurt lang voor zijn gevoel. Hij haalt het boek uit zijn hemd en kijkt erin. Hij wordt misselijk. Hij is altijd snel ziek in de auto, zeker als hij niet gegeten heeft. Hij heeft al lang niets meer gegeten. Welke dag is het vandaag? Vincent is zijn gevoel voor tijd kwijt. Dat frustreert hem. Hij wordt er onzeker door. Hij heeft houvast aan zijn planning en zijn gestructureerde dag. De structuur is hij helemaal kwijt. Hij raakt lichtelijk in paniek. Zijn ademhaling gaat steeds sneller en hij gaat bijna hyperventileren.
Het meisje draait zich om. “Gaat het een beetje?” vraagt ze.
Vincent knikt. “beetje misselijk” fluistert hij.
Hij durft niet hardop te praten. Een hele tijd heeft hij niet gesproken, nu kan het weer, maar mag het ook?
“Moeten we stoppen?” de mevrouw achter het stuur, parkeert de auto langs de weg. Ze draait zich om en kijkt hem vragend aan.
 “Oh stom dat ik daar niet eerder aan hem gedacht. Heb je honger? Wil je iets eten? Iets drinken misschien? Heb je het koud?”
Vincent duikt in elkaar. Daar begint het betuttel denkt hij. Had hij maar niet gezegd dat hij misselijk is. Het meisje reikt hem een ligakoek aan. Ondanks de misselijkheid heeft hij honger en dankbaar pakt hij de koek toch aan en neemt gretig een hap.
“Hoe heet je?” wil het meisje weten.
Vincent geeft geen antwoord maar eet rustig door. De vrouw start de auto weer en ze gaan verder, waar naartoe weet hij  niet. De politie? Wat zou hij moeten zeggen? Dat hij zijn opa heeft gezien? Hij kan zijn opa toch niet verraden? Zijn lievelingsopa.
“Ik wil niet naar de politie” zegt Vincent.
“Waarom denk je dat we naar de politie gaan? Wat is er dan gebeurd?” De vrouw kijkt hem vanuit de achteruitkijkspiegel met een bezorgde blik aan.
“We rijden naar het ziekenhuis. Lonneke moet daar toevallig naar toe en dan kan een dokter naar je wonden kijken” Vincent wil er eigenlijk tegenin gaan, maar durft niet. Hij moet gewoon maar afwachten.
*
Elise was een beetje opgeknapt na het eten van een laat ontbijt. Ze liep naar de keuken voor een tweede kop koffie.
“Jij ook? “ riep ze naar Alex die nog in de kamer zat.
“Schat… ik ehh… ik moet naar het werk. Ze hebben me hard nodig op de werkplaats en ik kan niet al mijn vakantiedagen gaan oppakken nu.”
Elise keek Alex verschrikt aan.
“Hoe kun je nu…  moet je echt… ik snap het niet. Je kunt toch niet gewoon gaan werken en mij hier alleen laten nu Vincent weg is.”
“Ik kan niet anders. We kunnen nu ook weinig doen. De politie is op zoek. Wanneer hij weer thuis is, pak ik een paar dagen vrij. Dan heb je veel meer aan me dan nu. “
Elise haalde haar schouders op. Het moest ook maar.
Alex stond op, gaf Elise een kus op haar voorhoofd, trok zijn jas aan en vertrok. Elise bleef alleen achter in de keuken. Een kop koffie in de hand. De tranen liepen bij Elise over de wangen. Ze goot de koffie door de gootsteen en ging naar boven. Op zolder zocht ze naar een doos. Waar had ze dat ding nou gelaten? Ze haalde verschillende kisten leeg, gooide de lege koffers en tassen aan de kant. Ze bekeek de rommel die ze van de zolder had gemaakt. De doos had ze nog altijd niet gevonden. Ze dook nog verder onder het schuine dak de hoek in. Op het moment dat ze hem zag staan, ging de telefoon. Ze schrok zo dat ze haar hoofd tegen het dak stootte en vloekend rende ze naar beneden. In de hoop dat het de politie was die Vincent had gevonden, pakte ze de telefoon op.
Struikelend belandde Elise bij de telefoon. Snel pakte ze op net voordat de voicemail zou aanspringen.
“Het wordt tijd dat we het verleden oprakelen Elise. De waarheid moet echt eens aan het licht komen. Ik kom zo bij je langs.”
Elise wist niet wat ze hoorde. Na deze drie zinnen werd de verbinding meteen verbroken en dat terwijl ze het er helemaal mee eens was. Ze was er zelfs al mee bezig. Vincent moest de waarheid weten. Had zijn vader hem ontvoerd? Was hij het zelf geweest? Waarom via deze weg, waarom niet gewoon aanbellen, praten en uitleggen?
Elise plofte zich neer op de bank. Ze wist niet meer wat ze moest doen. In ieder geval moest ze de doos van de zolder halen. Ze moest Alex de waarheid vertellen en ook de politie moest het weten. Eerst moest ze bedenken hoe en wanneer ze het ging vertellen.
*
In ziekenhuis aangekomen kijkt Vincent zenuwachtig rond. Wat zullen de mensen denken? Dat hij met zijn moeder en zus in het ziekenhuis is? Op de eerste hulp worden ze snel geholpen.
“Ben je gevallen?” vraagt de verpleegkundige. Vincent knikt, gelukkig wordt er niet doorgevraagd.
Zijn wonden vallen mee en worden verzorgd. Vincent heeft er nauwelijks last van en al snel wandelen ze naar een andere afdeling. De afdeling waar het meisje iets wil vragen. Hij heeft voorgesteld alvast naar huis te gaan, maar de mevrouw houdt hem goed in de gaten en staat er op om hem zelf thuis af te zetten, zodat er niet nog een keer iets gebeurt. Alsof hij vandaag opnieuw ontvoerd zal worden. Maar dat weet de mevrouw niet. Ook zij stelt gelukkig ook geen vragen.

vrijdag 23 november 2012

De Speeltuin deel 7


Wat er al eerder gebeurde:
De Speeltuin deel 3
De Speeltuin deel 4
De Speeltuin deel 5
De Speeltuin deel 6

Dan pas kijkt Vincent om zich heen. Waar is hij eigenlijk? Ineens weet hij dat hij haast heeft en rent er 
vandoor. Hij rent zo hard hij kan richting de weg, maar halverwege merkt hij dat dat niet slim is. Misschien moet hij niet wegrennen, misschien moet hij zich juist nu hier verstoppen in de struiken. Wachten totdat de mannen verdwenen zijn en dan op weg gaan. Zo snel als hij kan gaat hij terug richting de struiken dichtbij het gebouw dat meer op een fabriek dan een speeltuin lijkt. Hij duikt in de struiken en verschuilt zich. Zijn adem stokt in zijn keel. Hij merkt dat dit alles toch wel veel met hem doet. De paniek begint de overhand de nemen op zijn overlevingsdrift. Hij moet de controle blijven houden, hoe moeilijk ook. Hoe lang hij moet wachten weet hij  niet, maar ineens hoort hij voetstappen over het grind. Hij houdt zijn adem in. Zou hij de mannen kunnen zien? Zou hij zijn opa zien? Kan hij zijn opa nog wel vertrouwen?

*

Na de lange douche droogde Elise zich af. Ze wreef de handdoek hard over haar lichaam. Alle viezigheid probeerde ze weg te wrijven. Alle zorgen van zich af te halen. Het lukte niet. Tranen liepen over haar wangen. Tranen van verdriet, tranen van vroeger. Wat moest ze nu? Langzaam liep ze de trap af naar beneden. Alex zat op de bank met een kop koffie. Net zoals een normale zaterdagochtend. Dat kon haar nu kwaad maken, maar ze probeerde haar boosheid te bedwingen. Wat moest hij anders doen? Hetzelfde als haar? Hulpeloos van verdriet ronddwalen door de stad? Had ze er iets aan gehad?

Ze kroop naast Alex op de bank, dicht tegen hem aan. Hij sloeg zijn arm om haar heen.

“Wil je ook een kop koffie? Zal ik een broodje voor je smeren”

Hij wachtte het antwoord niet af en liep naar de keuken. Even later kwam hij terug. Hij zette het dienblad voor Elise neer. Ze merkte dat ze honger had en nam een hap van het vers gebakken broodje.

“Heerlijk, dank je schat.”

“De politie doet er alles aan om Vincent op te sporen. Ze hebben wat kleren van hem meegenomen om met politiehonden te zoeken. Ze zullen hem nu wel snel vinden. De hele omgeving wordt uitgekamd."

*

Vincent ziet zijn opa lopen. Instinctief wil hij opspringen en zijn opa een dikke knuffel geven. Iets in hem zegt hem dat hij het niet moet doen. Hij blijft verstopt in de struiken zitten en wacht op wat er gaat komen. Ineens stoppen de voetstappen en is het muisstil. Vincent houdt zijn adem in. Zouden ze hem zien? Dan hoort hij de portieren van de auto en stappen er twee mensen in. De auto wordt gestart en de auto rijdt er als een speer vandoor. Opgelucht haalt Vincent adem. Ze zijn weg. Maar nu? Heel langzaam staat hij op. Hij loopt het grindpad af richting de weg. Hij gaat zo dicht mogelijk bij de bomen lopen om zich te kunnen verschuilen als het nodig is. Vincent loopt zo snel als hij kan. Zijn knie doet pijn. De schaafwond is dieper dan hij dacht. Zijn bebloede kleren zullen een voorbijganger wel opvallen, maar daaraan denkt Vincent niet eens. In de verte ziet hij een auto aankomen, wat moet hij doen? Snel gaat hij achter een boom staan en wacht totdat de auto hem gepasseerd heeft.

*

“Mam, wanneer gaan we nu?” Lonneke was onrustig. Ze wilde zo snel mogelijk naar het ziekenhuis om meer te weten te komen.

Eenmaal in de auto op weg werd ze heel stil. Allerlei vragen spookten door haar hoofd. Zouden ze weten wie haar ouders zijn? Zouden ze het mogen zeggen? Zou haar vader aardig zijn? En haar moeder? Wat moest ze doen als ze ze kon ontmoeten? Lonneke tuurt onrustig naar buiten. Ze ziet het vale grijze fabrieksgebouw. Deze weg kent ze als geen ander. Langs deze weg fietste ze steeds naar de bibliotheek. Liep daarachter iemand? Lonneke dacht dat ze iemand zag, maar ineens was die persoon weg. Lonneke keek weer opzij uit het raam en zag een jongetje nog net achter een boom springen.

“Mam, stop!”

Lonneke wist niet waarom ze het riep. Ze wilde dolgraag al haar vragen stellen aan het ziekenhuispersoneel. Haar moeder keek haar vreemd aan, nam gas terug en stopte langs de kant.

“Wat is er? Durf je niet meer?”

Lonneke zei niets en stapte uit. Ze liep terug naar de boom waar ze het jongetje zag staan. Hij keek haar angstig aan, wist niet of hij weg moest rennen of niet. Hij bewoog zich niet.

“Heb je pijn?” vroeg Lonneke “Kan ik je misschien helpen?”

Heel voorzichtig kwam ze steeds dichterbij, totdat ze bij de jongen was.

“Je broek is kapot.”

“Hoe heet je?”

De jongen zei niets.

Lonneke’s moeder was inmiddels ook uitgestapt en achter haar dochter aangelopen. Ze zag de jongen verschrikt naar haar opkijken. Lonneke stak haar hand uit om hem uit te nodigen mee te komen. Aarzelend kwam hij achter de boom vandaag en zette een stap naar voren. Hij leek opgelucht, maar hij zei nog steeds niks. Heel rustig liep hij mee naar de auto en ging op de achterbank zitten. Hij zei nog altijd niks. Lonneke en haar moeder stapten ook in en ze reden weg.

vrijdag 16 november 2012

De Speeltuin deel 6


Wat er al eerder gebeurde:
De Speeltuin deel 3
De Speeltuin deel 4
De Speeltuin deel 5



Elise kwam na een korte rit thuis aan. Alex opende de deur en sloot haar in zijn armen. Samen stonden ze huilend op de deurmat. Het was inmiddels begonnen met regenen alsof ook de natuur wilde duidelijk maken dat ze verdriet mochten hebben.

Alex vertelde dat hij nog contact had gehad met de politie. Zij waren helaas nog niets op het spoor, maar hadden nog meer mensen erop gezet op zoek naar Vincent. Vooral omdat Vincent snel last had van plotselinge veranderingen. Vincent was autistisch en kon snel van slag zijn. Aan de andere kant was zijn autisme wellicht een voordeel bij het vinden van de dader. Tenminste…wanneer ze hem vonden. Vincent had een goed geheugen en overzag vele details die hij heel nauwkeurig kon weergeven. Hij had geleerd met zijn autisme om te gaan en zijn paniekaanvallen door middel van ademhalingsoefeningen te stoppen. Vincent was slim genoeg om goed om zich heen te kijken, alles in zich op te nemen en zoveel mogelijk te proberen te overleven.

Elise maakte zich los uit de omhelzing en keek Alex aan. “Geloof jij nog dat we hem ooit terugzien?”
Alex, die zijn twijfel niet liet zien, antwoordde: “Ja natuurlijk, en dat kan nooit lang meer duren.”

Elise liep naar de gang en schopte haar schoenen uit. Nadat ze haar jas had opgehangen liep ze naar boven. Ze had behoefte aan een warme douche. Op de badkamer keek ze in de spiegel. Ze zag er niet uit. Haar haren door de war en haar kleren hingen slap om haar heen. Ze bedacht zich dat ze zich al niet meer had gewassen sinds ze had gehoord dat Vincent weg was. Ineens voelde ze zich vies en plakkerig. Een gevoel dat ze herkende. Een onprettig gevoel. Ze schudde haar hoofd en kleedde zich uit, zette de douche aan en ging onder de warme straal staan. Ze probeerde haar herinneringen te verdringen. Dit kon ze er niet ook nog bij hebben.

Alex was beneden gebleven. Hij wist niet precies hoe hij zijn vrouw het beste kon steunen. Wat moest hij doen? En wat juist niet? Voor hem voelde de verdwijning van Vincent niet zoals het voor Elise voelde.

*

Vincent maakt heel voorzichtig de deur van het kantoortje open. Hij stapt in het zand en kijkt voorzichtig om de deur. Hij moet weer even wennen aan de duisternis, maar ziet niemand. Verderop ligt een stapeltje boeken in het zand. Kinderboeken, zouden die voor hem zijn? Vincent zet een aantal stappen in het zand, luistert goed naar eventuele geluiden maar hoort niets. Zo stil als hij kan loopt hij langs de muur. De muur voelt stoffig. Je hoort zijn voetstappen niet in het zand en toch is hij bang om geluid te maken. Stapje voor stapje komt hij dichter bij de deur. Ineens bedenkt Vincent zich dat hij de lamp in het kantoortje heeft aangelaten. Handig voor nu omdat hij een klein beetje kan zien, maar wellicht niet slim omdat zijn ontvoerders het ook kunnen zien. Wat moet hij doen? Teruggaan en de lamp uitdoen? Heeft hij daar tijd voor? Hij besluit het risico te nemen om het niet te doen en gaat door. Uiteindelijk bereikt hij een deur. De sleutelbos stevig omklemmend probeert hij de eerste sleutel. Deze werkt niet. De volgende dan. Ook deze krijgt hij niet omgedraaid. Langzaam raakt hij in paniek, maar gaat door. De derde, de vierde, de vijfde. Het lukt niet. Moet hij misschien een andere deur proberen? Uiteindelijk past geen enkele sleutel op deze deur, hij moet verder. Hij loopt verder langs de muur. De enige zekerheid die hij heeft. De muur. Het zal wel sneller zijn om de speeltuin over te steken, maar hij weet dan niet wat hij tegenkomt. Vincent houdt van duidelijkheid en kiest ervoor de lange weg langs de muur te nemen. Wel probeert hij wat sneller te lopen. Hij komt uit bij een hoek en gaat linksaf. Aangezien hij steeds verder van het licht afgaat, ziet hij steeds minder. Maar is hij ook meer beschermd door de duisternis om hem heen. Weer een hoek, weer verder naar links. Hij is nu aan de andere kant. Nog even en hij staat precies tegenover het kantoor. Dan ineens schrikt hij van zichzelf. Hij stoot met zijn hand tegen een deurstijl. Hij voelt de deur en vindt de klink. Opnieuw probeert hij de sleutels. Zijn handen zijn gaan trillen en hij moet moeite doen om de sleutelbos niet te laten vallen. Op het moment dat hij een sleutel in het slot steekt, hoort hij buiten een auto. De auto komt met piepende banden tot stilstand. Hij hoort twee mensen uitstappen en wegrennen. Wat moet hij doen? Lopen zij nu naar de andere deur? De deur die hij niet open kreeg? Hij probeert de sleutel om te draaien. Het lukt niet. Gauw pakt hij een volgende sleutel en draait. Het lukt. Hij heeft de juiste sleutel gevonden. Heel voorzichtig, maar toch ook snel, drukt hij de klink omlaag. De deur draait naar binnen open. De sleutels haalt hij van de deur en hij glipt naar buiten. Net op het juiste moment. Hij hoort nog net de andere deur opengaan op het moment dat hij de deur sluit en de sleutel omdraait. Hij is weg, weg uit de speeltuin. En nu? Waar moet hij heen? Hij moet zich verstoppen, maar waar? De mannen zullen wel eerst in het kantoor gaan kijken, maar dan? Daarna zullen ze weer naar de auto gaan. Hij kijkt naar de auto. Een oude donkerbruine Mercedes. Vincent neemt het kenteken in zich op.

vrijdag 9 november 2012

De Speeltuin deel 5


Wat er al eerder gebeurde:
De Speeltuin deel 3
De Speeltuin deel 4


Moe werd Lonneke wakker. Het was al laat toen ze uiteindelijk op stond. Eerst maar eens rustig ontbijten. Beneden zag ze haar ouders al aan de ontbijttafel zitten, verse broodjes en jus d’orange. De geur kwam haar tegemoet.

“Mam” begon Lonneke aarzelend. “Ik heb iets gevonden.”

“Een foto. Volgens mij van mijzelf en mijn biologische moeder. Zou jij eens willen kijken?”
Anna pakte de foto aan en keek er lang naar. Lonneke zat te wippen op haar stoel, zo onrustig is ze. 

“En?” vroeg ze.

Haar moeder zei niets, stond op en liep de trap op naar boven. Lonneke keek haar vader aan. Wat moest ze hier nu mee? Ze had haar moeder nu toch geen verdriet gedaan? Ze hadden haar toch altijd gezegd te gaan zoeken en haar hiermee te willen helpen? Misschien had ze wat tactischer kunnen zijn en het niet ’s morgens bij de ontbijttafel meteen aan haar moeten vragen. Lonneke’s vader haalde zijn schouders op. Ondertussen kwam Anna weer naar beneden, met een stapel fotoboeken bij zich. Ze had de foto’s van vroeger opgezocht. Foto’s van Lonneke als een klein meisje. Vergelijkbaar met de foto die Lonneke gevonden had. Samen met haar moeder ging Lonneke op de bank zitten, de stapel fotoboeken erbij. Ze bekeken foto voor foto. Herinneringen van vroeger werden opgehaald. 

Uiteindelijk kwamen ze bij het album van Lonneke als baby, als klein hulpeloos meisje in de armen van haar adoptieouders. Je kon zien dat ze dolgelukkig met haar waren.
Lonneke pakte de foto van het artikel erbij. Ze bekeek de baby op de foto eens goed, en ook de babyfoto’s van haarzelf in het album.

“Kijk!” zei haar moeder. “Zie je die moedervlek bij je oor? Die heb je nu nog steeds. Die zie je ook op de foto van het krantenartikel. Ik denk dat je gelijk hebt. Ik denk dat jij dit bent met je echte moeder. Maar wie je moeder is, wist je toch al? Je was toch op zoek naar je vader?”

“Ik kom niet echt verder. Ik hoopte foto’s te vinden van mijn moeder met mijn vader. Ik weet niet waarom ik dacht die te kunnen vinden. Ik heb ze ook niet gevonden. Alleen deze foto. Wellicht weten ze in het ziekenhuis meer over mijn vader. Zou dat kunnen?”

“Tja, dan moet je daar maar eens naar toe gaan. Wil je dat ik met je meega? “

“Zou je dat voor me doen?”

“Natuurlijk liefje, je bent mijn dochter, voor jou doe ik toch alles!”

Lonneke was opgelucht. Vanmiddag zou ze met haar moeder naar het ziekenhuis rijden en kijken of ze informatie konden krijgen. Ze vond het allemaal erg spannend. Gedurende de rest van het ontbijt kreeg ze geen hap door haar keel.

*

Elise zat achter een kop koffie in de stationsrestauratie. Ze had nog lang moeten wachten voordat hij openging, maar was daarna als eerste klant achter een tafeltje gaan zitten. Wat moest ze doen?  Waar kon ze Vincent vinden? Wie zat erachter?

Elise zag steeds meer mensen het station in en uit komen. Mensen die zich naar de trein haasten, mensen die bepakt en bezakt vanaf de trap naar boven kwamen lopen. Moeders met dochters, mannen met aktetassen, stelletjes, een stel opgeschoten jongens die duidelijk de nacht doorgefeest hadden.
Na een paar koppen stond Elise op. Ze had geen idee wat ze moest doen. Ze wilde Alex niet langer ongerust maken, pakte een taxi en liet zich naar huis rijden.

*

Vincent houdt zijn adem in. Voetstappen kon hij niet horen, er lag immers alleen maar zand. Hij schrikt. Zijn voetstappen zijn natuurlijk wel te zien. Er is vast te zien hoe hij bij de schommel vandaan is gekropen en daarna naar de muur is gelopen. Voetstappen die stoppen bij de deur waar hij achter zit. Hij weet niet wat hij moet doen. Hij zit verstijfd van schrik en probeert geen geluid te maken.

“Aarrgghh” hoort hij roepen. Iemand gilt. Iets valt met een plof in het zand.

“Hij is weg! Hoe kan dat nou? Waar is hij naar toe?” De stem van de voor Vincent onbekende man slaat over.

Niet veel later hoort Vincent een deur hard dichtslaan. Is die man vertrokken? Is hij weggegaan zonder hem te zoeken? Zou hij opa gaan halen? Vincent weet dat hij weinig tijd heeft, weinig kans ook om te ontsnappen. Heel voorzichtig staat hij op en knipt het licht aan. Zijn ogen moeten wennen aan het felle licht en het duurt even voordat hij kan zien waar hij is. Het is een soort kantoortje. Een bureau, een kast vol met ordners, een computer. Geen raam, geen vluchtmogelijkheid. Vincent weet niet wat hij moet doen. Hij is pas 10 jaar en weliswaar niet dom voor zijn leeftijd, maar hij raakt langzaam in paniek. 

“Een sleutel… ik moet een sleutel hebben” fluistert Vincent. Snel trekt hij een voor een alle laatjes van het bureau open in de hoop een sleutel te vinden, een sleutel waarmee hij kan vluchten. In de laatste la vindt hij iets. Een flinke bos sleutels, waarvan er vast een op een deur naar buiten zou moeten passen. Hoeveel tijd zou hij hebben? Zou het hem lukken?

woensdag 7 november 2012

Kinderpraat!

Kaal

We zitten gezellig aan het ontbijt voordat Meike en Lotte naar het kinderdagverblijf gaan en Wilbert en ik moeten werken.
Meike: mama die blaadjes zijn van mij hè (wijzend naar de blaadjes op de grond in de tuin)
Ik: Ja Meike, die mag jij wel hebben.
Meike: de bomen zijn nu bijna keel he.
Ik: Kaal bedoel je. Als de bomen geen blaadjes meer hebben zijn ze kaal. Net als opa, die heeft ook bijna geen haar meer. Opa wordt ook kaal.
Meike kijkt me vreemd aan. 
Ik: Ja, opa heeft toch bijna geen haar meer. Hij kan toch geen staart maken zoals ik.
Meike: Ja maar mama, oma heeft toch ook geen elastiekjes!!!

Verdwenen stem

Meike: Mama waar is jouw stem? Ik zie die niet.
Ik (helemaal hees): Tja Meike, dat weet ik niet. Zou die onder de bank liggen?... Nee, dat kan niet hè.
Meike: Misschien hebben opa en oma hem meegenomen.

de volgende dag:

Meike: Mama, heb je je stem weer teruggevonden?
Ik (piepend en krakend): Nee nog niet.
Meike: Misschien ligt die nog op school.

Muts

Het waait hard en Meike en ik gaan boodschappen doen. Ik doe haar de muts op. Lotte heeft pas oorontsteking gehad en moest daarom een muts op en ik wil natuurlijk niet dat Meike ziek wordt.
Meike: mama, ik ben toch niet ziek?
Ik snap haar niet helemaal en vraag nog eens wat ze bedoelt.
Meike: ik ben toch niet ziek. Ik hoef de muts dan toch niet op.

Centjes

Gisteren liet ik per ongeluk wat kleingeld uit mijn beurs vallen dat door de kamer rolde. Meike wilde de centjes heel graag hebben. 
Ik: Nee Meike, die centjes zijn van mama.
Meike: Maar ik heb ook geld nodig mama.
Ik: Waarvoor
Meike: Voor de schootschappen (boodschappen)

Zusjes

Meike (tegen Lotte): Lotte, kijk me eens aan.
Lotte draait haar hoofdje weg en blijft proberen om papa's lp's uit de kast te pakken.
Meike: Lotte, kijk me eens aan. Jij mag niet aan papa's platen komen. Dat is "oh-oh"
Lotte lacht een keer.
Dan buigt Meike voorover en geeft haar een kusje.

vrijdag 2 november 2012

De Speeltuin deel 4



Wat er al eerder gebeurde:


Vincent schommelt nog altijd heen en weer. De schommel maakt een piepend geluid, alsof de palen in de grond heen en weer schuiven. Stil hoopt hij dat dit buiten te horen is, al weet hij eigenlijk ook dat dit onmogelijk is. Hij kan nog altijd geen elleboog om de paal heen slaan. Nog een paar keer flink heen en weer gaan en dan moet het lukken.

“Yes!! Eindelijk!” Vincent schreeuwt het uit. “Gelukt!” Maar wat nu. Hij probeert te voelen of hij er iets scherps is, veel bewegen kan hij niet, want dan schiet hij meteen los en is alle moeite voor niets geweest. Hij voelt met zijn wang. Een schroef. Dat kan hij proberen. Eerst moet hij proberen zijn knieën om het frame te slaan, zodat hij kan blijven hangen, wanneer hij zijn armen beweegt. Wonder boven wonder lukt hem dit meteen bij de eerste poging. Heel voorzichtig laat hij het frame  met zijn elleboog los. Niet te snel, want door zijn gewicht kan hij ineens weggeslingerd worden. Het gewicht voelt hij inmiddels aan zijn benen hangen en zijn armen kan hij bewegen. Eerst de ene pols langs de schroef.  Zou hij hierin slagen? Zou hij los komen?

Het duurt lang en hij voelt de spieren in zijn benen verzuren. Wel merkt hij dat het touw langzaam stuk gaat. Hij moet doorzetten. Dan ineens houdt hij het gewicht niet meer. Hij schiet los en zwaait gevaarlijk draaiend heen en weer. Hij voelt het frame regelmatig in zijn zij beuken. Mislukt. En nu? Hij probeert zijn pols te bewegen. Er zit meer speling in. Hij wrijft zijn pols van boven naar beneden. Wellicht wanneer hij dit lang genoeg doet, gaat het touw verder stuk. Maar eerst zal hij weer redelijk stil moeten hangen.

Hoeveel tijd heeft hij nog? Hij wil vrij zijn voordat zijn opa en die vreemde man terugkomen.

*

Elise liep door de stad. Ze was automatisch richting het centrum gelopen. Ze dacht alleen aan Vincent. Ze wist eigenlijk niet eens waarom ze buiten was. Het enige wat ze wist was dat ze Vincent wilde vinden en niet stil wilde zitten.

Hoe lang ze al gelopen had wist ze niet. Maar waarschijnlijk lang, want de eerste bussen begonnen al weer te rijden. Leeg nog, maar ze reden. Ze liep naar het station, zou de stationsrestauratie al open zijn? Ze lustte wel een kop koffie.

*

Lonneke kon niet slapen. Ze had waarschijnlijk haar antwoord gevonden, maar dat moest ze eerst nog goed nagaan. Thuisgekomen had ze het artikel wel tien keer gelezen. Er stond niets in over de vrouw en de baby op de foto. Het ging alleen maar over de kraamafdeling die een prijs gewonnen hadden voor de goede verzorging die ze gaven. Ze had het artikel ook aan haar ouders willen laten zien. Zouden zij haar herkennen van vroeger? Helaas waren haar ouders een avondje op stap geweest, etentje met het werk van haar vader. Dat moest wachten tot morgen, want hiervoor hoefde ze ze natuurlijk niet midden in de nacht wakker te maken. Ze draaide nog eens om op haar zij. Wat zou ze kunnen doen? Als eerste ging ze morgen naar het ziekenhuis. Daar ging ze navraag doen, al betwijfelde ze of ze antwoord kreeg op haar vragen omdat er natuurlijk zoiets was als beroepsgeheim en privacy. Toch wilde ze het proberen. Wellicht kon ze haar moeder meevragen. Dan was het zeker dat ze niet zomaar een opstandige tiener was die op zoek was naar haar ware identiteit, maar dat ze heel zeker van haar zaak was om erachter komen wie haar biologische ouders waren.

Het duurde nog lang en het werd al licht. Lonneke viel toch nog in een onrustige slaap.

*

Vincent blijft het proberen. Hoe lang dat weet hij niet, dat zijn arm pijn doet wel, maar uiteindelijk schiet het touw los. Zijn arm is vrij. Eindelijk. Gauw probeert hij met zijn vrije hand de overige touwen los te maken. Gelukkig lukt dit snel en als zijn handen vrij zijn, kan hij ook zijn voeten bevrijden. Hij gaat voorzichtig staan, een beetje wankel en zwak. Hij zakt meteen door zijn knieën en voelt het zand onder zijn handen. Koud zand. Even blijft hij liggen, maar al snel weet hij dat hij weg moet. Hoe laat het is, weet hij niet, maar hij moet proberen weg te komen.

Had hij maar een mobieltje gehad, dan zou hij zijn moeder bellen. Jammer dat ze hem die nooit heeft willen geven. Na dit avontuur zal hij er vast niet meer om hoeven zeuren. Snel probeert hij weer te staan en gaat gauw op zoek naar een deur of raam. Eerst eens richting muur. Deze heeft hij snel gevonden en struikelend door het zand bereikt hij een deur. Hij voelt aan de klink. Op slot, natuurlijk zit deze op slot. Hij probeert om zich heen te turen in het donker. Zijn ogen zijn weliswaar gewend aan de duisternis, maar hij ziet weinig. Toch moet hij zien weg te komen. Hij loopt verder. Nog een klink. Deze geeft wel mee. Hij maakt de deur open en stapt door de opening. Ook hier is het donker. Met zijn handen naar voren om zich niet te hoeven stoten, loopt hij de ruimte in. Het voelt als een kleine ruimte. Langs de muren gaat hij op zoek naar een lichtknop. “Er zal toch vast wel een lichtknop zijn?” denkt Vincent hardop. Op het moment dat hij de lichtknop voelt en er op wil drukken, hoort hij iets. Stemmen, een deur. Snel schuifelt hij terug naar de deuropening. Hopende dat de mannen deze ruimte niet kennen en hier niet hoeven te zijn verschuilt hij zich. Het licht laat hij nog maar uit. Terwijl hij de deur dicht doet, voelt hij dat er aan de binnenkant een sleutel op de deur zit. Hij draait hem heel voorzichtig om zo min mogelijk geluid te maken om. En daar zit hij dan. Niet meer vastgebonden op de schommel, maar opgesloten in een ruimte die hij niet kent. 

vrijdag 26 oktober 2012

De Speeltuin deel 3



De speeltuin deel 1



Alex had ondertussen Elise in zijn armen genomen en probeerde na te denken over wat er gebeurd zou kunnen zijn.

“Zou Vincent niet gewoon alvast naar jullie zijn gegaan? Hij ging vandaag toch bij jullie logeren? Met Vincent weet je het maar nooit. Hij neemt alles erg letterlijk en hij had zich er helemaal op ingesteld. Het zou me niets verbazen als hij voor jullie deur staat. Is pap thuis?”

*

Een oude man kwam de bibliotheek binnengerend. Hij ging naar de afdeling met kinderboeken en zocht snel een paar boeken uit, zonder echt te kijken wat hij pakte. Hij liep naar de balie en spoedde zich weer naar buiten.

Lonneke bekeek de man en vond het maar een vreemde actie. Ze dook opnieuw in de archieven en zocht verder. Foto’s van vroeger, van 18 jaar geleden kwamen voorbij. Wat ze zocht was haarzelf nog niet helemaal duidelijk. Ze had een fotootje van haar echte moeder gekregen en ze zocht eigenlijk een foto van haar met een man erbij in de hoop dat dit haar vader zou kunnen zijn. Ze zag het niet. Toen kwam ze bij een artikel van het plaatselijke ziekenhuis. Ze hadden een prijs gewonnen voor beste kraamafdeling, een foto erbij. Lonneke ging rechtop zitten. Was dit haar moeder? Haar moeder met een baby in haar armen? Ze keek naar de datum, 20 oktober 1995. Het kon. Was zij dit? Was dit mogelijk? Ze pakte het artikel op en keek nog eens goed. Ze vergeleek de foto van haar moeder met de vrouw op de foto van dit artikel. Het kon niet missen.

“Ga je opruimen? Het is bijna sluitingstijd.”

Lonneke schrok op uit haar gedachten. “Ja, natuurlijk” stamelde ze. Ze maakte snel een kopie van het artikel, deed de archieven weer in de juiste map in de kast en ging gauw naar buiten.  Thuis zou ze het artikel eens op haar gemak lezen en bekijken. Wellicht kon ze het ziekenhuis bezoeken en wisten zij meer.

*

Elise kon ’s avonds de slaap niet vatten. Vincent had moeite met onbekenden en voor hem vreemde omgevingen. Ze wist dat hij daardoor in paniek kon raken. Hoe zou het met hem zijn? Wat kon zij doen? Had ze hem toch maar een mobieltje voor zijn verjaardag gegeven, dan had ze hem kunnen bellen. Had de politie zijn mobiel kunnen traceren en was hij zo gevonden.

Die nacht sliep ze slecht. Ze droomde veel waar geen touw aan vast te knopen was. Gillend werd ze wakker, dat had ze wel vaker, maar meestal kon ze zich niet herinneren waarom dat was. Ook nu niet. Al zou het haar niets verbazen als het om Vincent ging.

*

Vincent zit nog altijd op de schommel. Slapen lukt zo niet. Hij probeert zich los te wrikken, maar het touw zit strak om zijn polsen. Zijn opa en die meneer zijn al lang geleden vertrokken. Vincent heeft geen idee hoe laat het is. Hij wordt een beetje bang van de duisternis. Waar zou hij zijn? Is hij ver van huis? Hoe is hij hier eigenlijk gekomen? Het laatste wat hij weet is dat hij uit school kwam. Hij stond bij zijn fiets. Daarna werd alles zwart voor zijn ogen en kan hij zich aan niets meer herinneren.

Opa en oma. Hij zou bij ze gaan logeren. Zouden zijn ouders hem wel zoeken of zouden ze denken dat hij zelf al naar opa en oma is gegaan? Oma zou hem toch ophalen? Ze weten vast wel dat er iets niet klopt. Vincent begint bijna te hyperventileren. Maar goed dat hij altijd zo goed oplette bij de therapie. De ademhalingsoefeningen kan hij nu fijn inzetten.

Nogmaals probeert hij los te komen uit het touw. Zijn voeten zijn ook vastgebonden en hij kan niet bij de vloer. Als hij nu eens naar de zijkant van de schommel kon komen, dan kan hij wellicht proberen een scherp randje te zoeken waarmee hij het touw los kan snijden. Daarvoor moet hij echter schommelen. Hij probeert uit alle kracht de schommel te bewegen. Beetje bij beetje lukt het. Hij krijgt steeds meer vaart. Nu moet hij nog proberen om scheef te schommelen zodat hij bij de zijkant komt. Maar hoe gaat hij zich vasthouden? Zijn voeten en handen zitten vast. Hij gaat zich proberen met zijn elleboog achter een paal vast te haken. Maar goed dat zijn ogen enigszins aan de duisternis gewend zijn, zo kan hij een beetje zien hoe het frame van de schommel eruit ziet. Het kost hem ontzettend veel kracht om te blijven schommelen, zeker nu hij heen en weer zwaait en scheef gaat. Vaart heeft hij genoeg, nu nog proberen om het frame te pakken te krijgen.

*

Elise ging naar beneden, maakte een beker melk warm in de magnetron en ging op de bank zitten. Ze pakte een fleecedeken erbij en sloeg die om zich heen. Ze had het koud. Als ze nu eens zelf zou kunnen gaan zoeken. Maar waar?

Toch trok Elise haar jas en haar laarzen aan. Ze keek op de klok, 3.30 uur. Midden in de nacht, ze had geen idee waar ze heen moest, maar ze weigerde het om nog langer afwachtend thuis te zitten. Ze maakte voorzichtig de voordeur open om Alex niet wakker te maken en zette behoedzaam haar voeten op het grind. Schuifelend liep ze naar het hek dat gelukkig wagenwijd openstond. Het piepte zo erg dat Alex het vast gehoord zou hebben. Buiten de poort haalde ze hoorbaar adem. “Zo, waar naar toe?” zei Elise tegen zichzelf.

Alex keek ondertussen boven uit het raam naar buiten. Vol verdriet, niet wetend wat te doen. Hoe kon hij Elise helpen?

woensdag 24 oktober 2012

De vijf!

Ik heb laatst meegedaan met een schrijfwedstrijd van Damespraatjes. Helaas behoor ik niet tot de genomineerden, maar ik ben erg benieuwd naar de verhalen die wel genomineerd zijn, dus die ga ik zeker lezen. 
Toch wil ik jullie behalve de 8 verhalen op de site ook mijn verhaal laten lezen. 

Veel leesplezier.
En... binnenkort komt ook deel 3 van De Speeltuin ;-)



Nummer VIJF

“Nee, niet doen? Neem me niet mee. Ik wil niet. Ik heb niets gedaan. Mijn dochter…  Waar brengen jullie me naar toe? “

Lisan wordt stevig vastgehouden en in een busje gezet. Ze zijn niet echt voorzichtig met haar maar ook niet echt agressief. Ze zijn vooral vastberaden en maar goed ook.

“Janske…help me… haal me hier uit! Wat doen ze met me? Hoe kun je me dit aan doen?”

Janske kijkt het busje na. Nu zal er rust komen, rust in de familie. Eindelijk zal haar zus de hulp krijgen die ze nodig heeft.

Ze start de auto en rijdt achter busje aan.

***

Het is maandagochtend, Tamara gaat naar school, tenminste dat denkt haar moeder. In werkelijkheid gaat ze de stad in. Alleen. Per toeval komt ze in de stad haar beste vriendin Kim tegen. Samen kletsen ze de hele middag. Mensen kijken vreemd naar hen. Net alsof ze weten dat ze eigenlijk op school hoort te zitten. Ze kan op haar leeftijd toch ook gewoon een baantje hebben en een dagje vrij? Dat is toch niet zo vreemd? Of kijken ze naar haar dikke buik? Zwanger van haar eerste kindje, een meisje. Ze wil haar dochtertje Ilse noemen. Dat heeft ze altijd een erg mooie naam gevonden. Tot nu toe gaat alles goed. Ze heeft nauwelijks kwaaltjes en haar buik groeit goed. Nog 2 maanden voor de uitgerekende datum. Het begint natuurlijk wel spannend te worden nu. Het kamertje is klaar. Nou ja, het kamertje. Haar eigen kamertje in het appartement waar ze met haar moeder woont. Ze heeft een ruime kamer en hierin heeft ze een hoekje gecreëerd voor haar dochtertje. Een leuke wieg, een boxkleed op de grond, en zelfs de speeltjes liggen al klaar. De kleertjes liggen in haar eigen kast erbij. Alleen een badje moet ze nog kopen. Misschien zou ze dat nu wel eens kunnen doen.

Na de aanschaf van het badje, neemt ze afscheid van Kim en gaat gauw naar huis. Daar aangekomen, zegt ze haar moeder vanuit de gang goedendag en gaat meteen naar boven om het badje een plek te geven.  Als ze daarmee klaar is, gaat ze beneden thee drinken met haar moeder. Haar moeder die alweer bezig is het hele huis te poetsen. Houdt ze nu nooit op? Heeft ze niet even tijd voor haar? Ze luistert niet eens naar wat ze te vertellen heeft. Het zou haar niet eens verbazen als haar moeder niet wist dat ze oma werd.

“Mam, nou luister eens.” Zegt ze.

“Hoezo? Wat wil je dan vragen?”

“Mam, moet ik nou voor borstvoeding of flesvoeding kiezen?”

“Wanneer?”

“Als mijn kindje er is.” Zegt Tamara.

Lisan kijkt haar vreemd aan. “Als je kindje er is… Dat duurt toch nog een eeuwigheid voordat jij een kindje krijgt.”

“Nou zolang is het niet meer hoor.” Maar Tamara heeft al geen zin meer om het gesprek verder te voeren en gaat naar boven.

***

Marie staat op, kleed zich netjes aan, neemt een snel ontbijt en vertrekt naar haar werk. Ze zet de computer aan en loopt naar de koffieautomaat. Schenkt zichzelf en haar baas een kopje koffie in. Terug aan haar computer bekijkt ze haar mail. Lisan heeft haar gemaild. Of ze vanavond op tijd komt voor het eten zoals ze hadden afgesproken. Eens in de zoveel tijd eten ze samen, maar dat dat nu net vandaag moet zijn. Ze heeft een drukke dag en weet niet hoe laat het zal worden. Ze mailt gauw even terug dat ze hoopt er op tijd te zijn. Dan moet Lisan maar even geduld hebben als ze wat later is. Maar ja, ze weet dat dat lastig is voor haar. Lisan is heel precies in alles. Het huis ziet er ook altijd zo keurig schoon uit, alsof alles iedere dag gepoetst wordt.

De dag schiet lekker op en Marie kan toch redelijk op tijd vertrekken. Voordat ze naar Lisan gaat, kleedt ze zich nog even snel om. Ze neemt een bosje bloemen en een fles wijn mee. Ze loopt de trap op en de heerlijkste geuren komen haar al tegemoet. Lisan heeft weer heerlijk gekookt. Een heerlijke courgettecrumble en andere lekkere verse salades staan op tafel. Lisan zegt niets. Zou ze boos zijn? Is ze te laat?

“Je weet toch dat ik niet van bloemen houdt” zegt Lisan. “Er komt altijd zoveel rommel vanaf, en dan moet ik alles weer schoonhouden.”

Marie en Lisan genieten van de maaltijd, praten met elkaar over het werk en het huishouden en settelen zich daarna lekker op de bank om nog na te genieten van een glaasje wijn.

Na een tijdje stapt Marie op. Lisan gaat de keuken in en ruimt alles tot in de puntjes op. Als ze klaar is gaat ze naar boven en gaat naar de kamer van haar dochter. Deze ligt op haar bed met een boek en de muziek staat hard aan. Ze kijkt niet op en Lisan loopt naar haar eigen slaapkamer.

***

Tamara heeft pijn. Veel pijn. Vooral in haar onderbuik. Zouden dit weeën zijn? Ze heeft geen idee. Het is haar eerste kindje en ze heeft eigenlijk nog 7 weken te gaan. Toch vertrouwt ze het niet. Ze roept haar moeder, maar die hoort haar niet. Zou ze even onder de douche gaan? Midden in de nacht? Nou ja, haar moeder wordt er vast niet wakker van.

Na een lange hete douche voelt Tamara zich al weer een stuk beter. De pijn is weggetrokken. Het is 5 uur in de ochtend. Terug naar bed? Ze loopt toch naar beneden en pakt een glas water, gaat op de bank zitten en zet de laptop aan. Even facebook dan maar. Een aantal van haar vrienden heeft op haar nieuwste status gereageerd.

Uiteindelijk valt ze op de bank in een onrustige slaap. 

Laat in de ochtend wordt ze wakker.  Haar moeder staat ook net op.

***

“Waarom ben ik hier? “ vraagt Lisan, “wat heb ik gedaan? Ik kan me aan niets herinneren?”

“U had het over uw dochter, Tamara. Waar is uw dochter? En u zou Oma worden van een 
kleindochter?”

Lisan kijkt de man vreemd aan. “Waar heeft u het over? Oma worden? Mijn dochter? Ik wist niet…”

“Uw vriendin, Marie, was gisteren nog bij u komen eten? Haar bloemen lagen al in de afvalbak. U houdt van een opgeruimd huis is het niet?” onderbreekt de man haar.

“Ik wil graag dat mijn huis netjes is ja…” Lisan weet niet wat ze ervan moet denken. “Wie is Marie?”

“Kent u Kim? De vriendin van Tamara? Is ze wel eens met uw dochter mee naar huis gekomen? “
Lisan vindt het gesprek steeds vreemder worden. Waar heeft die man het over. Wie zijn al die mensen? Is ze nu gek geworden of zo?

“Kunt u me uitleggen hoe het komt dat u briefjes schrijft aan uw dochter en haar vriendin, uw vriendin Marie, en allerlei babyspullen in huis heeft? En dat terwijl u als alleenstaand ingeschreven staat bij de gemeente?  Waar is uw dochter met uw kleindochter?”

“Mijn dochter. Mijn kleindochter? Kim, Marie… ik weet niet…”
Lisan barst in snikken uit. Ze heeft het in de gaten. Ze heeft er al eens eerder over gelezen en haar moeder had hier ook last van. Zij dan ook? Ze heeft het nooit door gehad. Tot nu. Janske bedoelde het dus echt alleen maar goed toen ze haar mee liet nemen met deze mensen. Ze heeft haar moeder altijd knettergek verklaard. Ze deed soms alsof ze haar niet eens kende en de andere keer was ze poeslief. Maar haar moeder wist het toch? Ze wist het toch van zichzelf? Waarom zij dan niet?

“Is het…… heb ik…… ben ik …… schizofreen?”

De man kijkt haar bedachtzaam aan. Het lijkt alsof hij twijfelt haar de waarheid te vertellen.

“Ja mevrouw, u heeft vier persoonlijkheden die wisselend naar voren komen en een eigen leven leiden. De vijfde persoon is onderweg, uw kleindochter. We hebben u opgenomen om u hiervan proberen te genezen. U te helpen om te gaan met deze personen in u en te proberen de vijfde niet toe te laten. We hebben het beste met u voor, dat moet u geloven.”